Nieuwsbrief griffie HvJ

Nieuwsbrief EU-Hof - Nederlandse griffie

De Nederlandse griffie van het EU-Hof publiceert vrijwel wekelijks een nieuwsbrief met daarin een aankondiging van arresten en conclusies. Onderstaand treft u de meeste recente nieuwsbrief aan.

    
Woensdag 24 juni 2026

Arrest in gevoegde zaken T-77/24 Dassault Aviation / Commissie (FR) (taxonomie - privéjets)

Verordening 2020/852 inzake de taxonomie heeft een geharmoniseerd classificatiesysteem voor duurzame activiteiten ingevoerd, dat op het niveau van de Europese Unie de criteria vastlegt om te bepalen of een economische activiteit ecologisch duurzaam is. 
In 2023 heeft de Commissie de technische criteria vastgelegd voor de classificatie van de vervaardiging van luchtvaartuigen. Deze verordening sluit luchtvaartuigen bestemd voor particuliere of commerciële zakenluchtvaart uit van de “klimaatvriendelijke” activiteiten.
Van oordeel dat deze uitsluiting onwettig is, heeft Dassault Aviation, een Franse groep die onder meer actief is in het ontwerp, de vervaardiging en de verkoop van zakenvliegtuigen, beroep ingesteld bij het Gerecht van de Europese Unie met het verzoek deze bepaling nietig te verklaren.


Donderdag 25 juni 2026

Arrest in zaak C-182/26 PPU  Hardeker (NL) (migratierecht - terugkeerbeleid) 

Uit richtlijn 2008/115/EG blijkt dat, zodra vaststaat dat een derdelander illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft, in beginsel een terugkeerbesluit tegen hem moet worden uitgevaardigd. Volgens vaste rechtspraak van het Hof moet daarbij ook worden vermeld naar welk land hij vrijwillig moet terugkeren of moet worden verwijderd, dat wil zeggen wat het land van bestemming is.
Voorts verplicht richtlijn 2008/115 de lidstaten om in alle fasen van de terugkeerprocedure het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen.
Beide verplichtingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in die zin dat bij de beoordeling of het beginsel van non-refoulement is geëerbiedigd, moet worden gekeken naar het land waarnaar wordt overwogen de betrokkene terug te sturen, dat wil zeggen naar het land van bestemming dat in het terugkeerbesluit is vermeld.
In dat kader rijst de vraag hoe moet worden beoordeeld of het beginsel van non-refoulement wordt geëerbiedigd wanneer het terugkeerbesluit meer dan één land van bestemming vermeldt.