In deze zaak is betrokkene in bewaring gesteld, met het oog op zijn verwijdering, ter uitvoering van een definitief geworden terugkeerbesluit. Het EU-Hof oordeelt dat de nationale bewaringsrechter, zo nodig ambtshalve, moet nagaan of het beginsel van non-refoulement zich tegen die verwijdering verzet. Die verplichting vloeit voort uit de artikelen 5 en 15 van de Terugkeerrichtlijn, in samenhang met de artikelen 6, 19, lid 2 en 47 van het EU-Handvest van de grondrechten. Ook moet de bewaringsrechter, zo nodig ambtshalve, nagaan of het belang van het kind, en het familie- en gezinsleven zich verzetten tegen verwijdering van betrokkene. Dit vloeit voort uit de artikelen 5 en 15, van de Terugkeerrichtlijn, in samenhang met de artikelen 6, 7, 24, lid 2, en 47 van het EU-Handvest. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Nederlandse rechter.
Nieuwsbericht | 09-09-2025
Kernvraag in deze zaak is hoe moet worden beoordeeld of een persoon die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst verricht, een substantieel gedeelte van die werkzaamheden verricht in de woonstaat. Om dat te bepalen, moet het bevoegde orgaan nagaan of ten minste 25 procent van de arbeidstijd van de betrokkene, of zijn bezoldiging, wordt verricht en/of verkregen in de woonstaat. In dat verband mag géén rekening worden gehouden met andere omstandigheden en criteria, zoals bijvoorbeeld de plaats van registratie van het schip waarop de betrokkene werkt. Wel moet het bevoegde orgaan rekening houden met de verwachte situatie van betrokkene in de volgende twaalf kalendermaanden. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van de Hoge Raad (Nederland).
De auditors wijzen erop dat het kader dat de EU in staat stelt om geld vrij te maken voor onvoorziene omstandigheden en noodsituaties, te complex is. Zo omvat het meerdere instrumenten die elkaar soms overlappen en waarvan de prioriteiten niet duidelijk zijn vastgesteld. De auditors bevelen daarom aan het kader voor begrotingsflexibiliteit te vereenvoudigen en ervoor te zorgen dat de kenmerken ervan goed worden gemotiveerd. Ook moet er beter worden nagedacht over andere financieringsopties.
Op 8 september 2025 heeft de Europese Commissie een gedelegeerde verordening vastgesteld tot bijwerking van de EU-lijst van producten voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij de Dual-use-verordening. De actualisering voorziet met name in de toevoeging van nieuwe producten voor tweeërlei gebruik, waaronder kwantumtechnologie, en apparatuur en materialen voor de productie en het testen van halfgeleiders. De bijgewerkte EU-lijst treedt in werking na de gebruikelijke onderzoeksperiode van twee maanden voor de Raad en het Europees Parlement.
Nieuwsbericht | 08-09-2025
2024 was een overgangsjaar tussen twee ambtstermijnen van de Europese Commissie. Daardoor brachten nationale parlementen in vergelijking met de voorgaande vier jaar minder adviezen uit. In het verslag signaleert de Commissie een aantal nieuwe ontwikkelingen in 2024, zoals de ontwikkeling dat nationale parlementen een groot aantal toekomstgerichte initiatiefadviezen hebben uitgebracht.
De nieuwe regels moeten de informatieverstrekking aan burgers die stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en de uitwisseling van relevante informatie tussen de lidstaten vergemakkelijken, bijvoorbeeld om te voorkomen dat burgers twee keer stemmen of toch gaan stemmen na een strafrechtelijke veroordeling.
Een advocatenkantoor kan voor de Unierechter worden vertegenwoordigd door een advocaat die een partner is bij dat kantoor. Een dergelijke omstandigheid is niet in strijd met het onafhankelijkheidsvereiste. Dit is slechts anders wanneer uit concrete gegevens blijkt dat er tussen het advocatenkantoor en de partner een band bestaat die kennelijk een ongunstige invloed heeft op het vermogen van de partner om zich te kwijten van zijn taak om de belangen van zijn advocatenkantoor zo goed mogelijk te behartigen, of dat die partner de toepasselijke nationale beroeps- en gedragsregels niet in acht neemt. Dat is het antwoord van het EU-Hof naar aanleiding van een hogere voorziening tegen een arrest van het EU-Gerecht.
Nieuwsbericht | 04-09-2025
In haar adequaatheidsbesluit van 10 juli 2023 concludeerde de Europese Commissie dat de Verenigde Staten een adequaat – met dat van de Europese Unie vergelijkbaar – beschermingsniveau waarborgt voor persoonsgegevens die binnen het nieuwe kader vanuit de EU aan Amerikaanse bedrijven worden doorgegeven. Het EU-Gerecht bevestigt in haar arrest die conclusie en verwerpt het beroep tot nietigverklaring tegen het adequaatheidsbesluit.
De Europese Commissie heeft bij de Raad voorstellen ingediend voor de ondertekening en sluiting van de partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Mercosur (EMPA) en de gemoderniseerde algemene overeenkomst tussen de EU en Mexico (MGA).
Op 3 september 2025 heeft de Europese Commissie zeven sectorale voorstellen goedgekeurd waarmee het kader voor de meerjarenbegroting van de EU voor de periode 2028-2034 wordt voltooid. Deze sectorale voorstellen vormen een aanvulling op de voorstellen die op 16 juli 2025 door de Commissie zijn gepresenteerd.
Toont 91 - 100 van 4.940 resultaten.