C-103/16 Porras Guisado

Contentverzamelaar

Terug C-103/16 Porras Guisado

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   19 april 2016
Concept schriftelijke opmerkingen:       05 mei 2016
Schriftelijke opmerkingen:                   05 juni 2016
Trefwoorden: sociale zekerheid; ontslag; zwangerschap

Onderwerp
- Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk;
- Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie

Verzoekster werkte vanaf 18-04-2006 bij Bankia (verweerster). In januari 2013 wordt een reorganisatie doorgevoerd en wordt tussen verweerster en de vertegenwoordiging van de werknemers een akkoord bereikt over collectief ontslag, wijziging arbeidsvoorwaarden en geografische en functionele verplaatsing van de werknemers. Voor herplaatsing worden de werknemers in twee categorieën verdeeld (puntenstelsel): 1) gehuwden of samenwonenden, en 2) werknemers met een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33%. Verzoekster heeft te weinig punten en krijgt haar ontslagbrief op grond van het bereikte akkoord op 13-11-2013, tezamen met een schadevergoeding van € 11.782,05. Zij is op dat moment zwanger. Op 03-02-2014 start zij een procedure om haar ontslag aan te vechten nadat partijen tevergeefs getracht hebben tot overeenstemming te komen. De rechter wijst de vordering af omdat zij geen recht op voorrang bij herplaatsing heeft en de ontslagbrief voldoende informatie bevat over de gronden. De beoordeling was op gelijke wijze toegepast op alle collectief ontslagen werknemers.

De verwijzende SPA rechter (Hoogste rechter Catalonië) vraagt zich af of artikel 10 van RL 92/85 correct in SPA recht is omgezet (verbod ontslag zwangere vrouwen). De enige uitzondering op dat verbod zijn uitzonderingsgevallen die geen verband houden met hun toestand. De bescherming uit artikel 10 is niet volledig in SPA recht omgezet (geen verbod op ontslag, alleen bescherming achteraf). De werkgever moet aantonen dat er een objectieve en billijke reden voor ontslag bestaat. De kernvraag is of de “uitzonderingsgevallen die geen verband houden met hun toestand” die de uitzondering vormen op het ontslagverbod (artikel 10, punt 1, van RL 92/85), overeenkomen met “één of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer” (artikel 1 van RL 98/59), of iets anders inhouden. Hij legt de volgende vragen voor aan het HvJEU:
1) Dient artikel 10, punt 1, van richtlijn 92/85 aldus te worden uitgelegd dat het begrip “uitzonderingsgevallen die geen verband houden met hun toestand en overeenkomstig de nationale wetten en/of praktijken zijn toegestaan” als uitzondering op het verbod van ontslag van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, niet vergelijkbaar is met het begrip „één of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer”, genoemd in artikel 1, lid 1, onder a), van richtlijn 98/59/EG van 20 juli 1998, maar een beperkter begrip is?
2) Moet bij collectief ontslag, om te kunnen spreken van een uitzonderingsgeval dat het ontslag van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, in de zin van artikel 10, punt 1, van richtlijn 92/85 rechtvaardigt, als eis worden gesteld dat een herplaatsing van de betrokken werkneemster in een andere functie onmogelijk is, of is het voldoende dat er bedrijfseconomische, technische en met de productie verband houdende redenen worden aangetoond die effect hebben op haar arbeidsplaats?
3) Is een regeling als de Spaanse, die het verbod van ontslag van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie omzet in een garantie volgens welke het ontslag nietig wordt verklaard wanneer er geen gegronde redenen voor het ontslag worden aangetoond (reparatoire bescherming), maar die geen ontslagverbod (preventieve bescherming) vaststelt, in overeenstemming met artikel 10, punt 1, van richtlijn 92/85/EEG van 19 oktober 1992?
4) Is een regeling als de Spaanse, die aan werkneemsters tijdens hun zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie in het geval van collectief ontslag geen voorrang bij herplaatsing in de onderneming toekent, in overeenstemming met artikel 10, punt 1, van richtlijn 92/85/EEG van 19 oktober 1992?
5) Is een nationale regeling die een ontslagbrief als die in de onderhavige zaak voldoende acht, waarin enkel de gronden voor het collectief ontslag worden genoemd en niet wordt verwezen naar een uitzonderingssituatie voor een werkneemster die zwanger is en wordt getroffen door het besluit tot collectief ontslag, in overeenstemming met artikel 10, punt 2, van richtlijn 92/85?
Specifiek beleidsterrein: SZW

Gerelateerde documenten