C-179/20 Fondul Proprietatea

Contentverzamelaar

C-179/20 Fondul Proprietatea

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 juli 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     18 augustus 2020

Trefwoorden : staatssteun; elektriciteit; interne markt

Onderwerp :

-           VWEU artikel 107 en artikel 108(3)

-           Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG;

-           Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG;

-           Richtlijn 2005/89/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 inzake maatregelen om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening en de infrastructuurinvesteringen te waarborgen;

 

Feiten:

De verzoekende partij is minderheidsaandeelhouder van Hidroelectrica, een producent van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en de grootste leverancier van ondersteunende diensten (hierna: OD) in Roemenië. De verwerende partijen CEH en CEO produceren energie uit in Roemenië geproduceerde fossiele brandstoffen. De Roemeense staat is meerderheidsaandeelhouder van Hidroelectrica, CEH en CEO. Door de explosieve groei van de productiecapaciteit voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de voorgaande jaren, was het nodig om maatregelen te nemen ter waarborging van de leveringszekerheid van elektriciteit. In november 2014 ging het project “4M – Market Coupling” van start, waarbij de markten van Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Roemenië werden gekoppeld. De elektriciteitscentrales die werkten met fossiele brandstoffen hadden hogere kosten omdat zij niet continu konden functioneren. Deze centrales konden niet concurreren op de markt en hadden hun aandeel in de energievoorziening teruggebracht. Dit trof op zijn beurt de mijnbouwsector, omdat er minder steenkool werd gebruikt. In die omstandigheden is vastgesteld dat het in bedrijf houden van bepaalde fossiele brandstofcentrales, noodzakelijk was voor de leveringszekerheid van het nationale elektriciteitsnet en voor de energieonafhankelijkheid van Roemenië. De Roemeense regering gegarandeerde daarom toegang tot het elektriciteitsnet voor elektriciteit van CEH en CEO. Deze elektriciteit wordt met voorrang ingeschakeld en CEH en CEO werden verplicht om OD’s te leveren bij een bepaald elektrisch vermogen. De verzoekende partij voert aan dat er sprake is van onrechtmatige staatssteun.

 

Overweging:

De verwijzende rechter twijfelt of artikel 15(4) van richtlijn 2009/72 juist is omgezet. Volgens de verwijzende rechter is het nodig om het Hof vragen voor te leggen, aangezien het voordeel in casu niet voortkomt uit een eenvoudige overdracht van geld, goederen of andere waarden, maar uit de complexe werking van de energiemarkt. Wat de tweede vraag betreft, dient te worden vastgesteld of een lidstaat op grond van deze bepaling toegang tot het net kan garanderen aan vennootschappen die energie uit fossiele bronnen produceren.

 

Prejudiciële vragen:

1) Is de vaststelling door de Roemeense Staat van een regeling die bepaalt dat twee vennootschappen waarin de staat een meerderheidsaandeel heeft:

a.         met voorrang toegang krijgen tot de inschakeling, waarbij de transmissiesysteembeheerder verplicht wordt om ondersteunende diensten van deze vennootschappen af te nemen, en

b.         gegarandeerde toegang krijgen tot de elektriciteitsnetten voor de elektriciteit die zij produceren, zodat zij ononderbroken in bedrijf kunnen zijn, staatssteun in de zin van artikel 107 VWEU, dat wil zeggen een selectieve, door of met staatsmiddelen bekostigde maatregel die het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden? Zo ja, moest deze staatssteun dan overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU aangemeld worden?

2) Is de gegarandeerde toegang tot het elektriciteitsnet die door de Roemeense Staat is verleend aan twee vennootschappen waarin hij een meerderheidsaandeel heeft, zodat hun ononderbroken werking gewaarborgd is, verenigbaar met artikel 15, lid 4, van richtlijn 2009/72/EG?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK;