C-271/20 Aurubis

Contentverzamelaar

C-271/20 Aurubis

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     13 augustus 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     30 september 2020

Trefwoorden : emissierechten;

Onderwerp :

-           Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/29/EG;

-           Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG;

 

Feiten:

Verzoekster exploiteert in Hamburg een onder de regeling voor handel in emissierechten vallende installatie ter vervaardiging van ruwe non-ferrometalen en vervaardigt koper. Op aanvraag van verzoekster wees de DEHSt (Duitse autoriteit voor handel in emissierechten) haar bij besluit van 17-02-2014 voor de jaren 2013 tot 2020 in totaal 2.596.999 kosteloze emissierechten toe. Verzoekster heeft bezwaar ingediend en stelt recht te hebben op een extra toewijzing van 1.154.794 emissierechten. De DEHSt heeft bij besluit van 03-04-2018 het toewijzingsbesluit gedeeltelijk opgeheven, omdat het gebruik van het koperconcentraat niet in aanmerking kon worden genomen in het kader van een toewijzingscomponent met brandstofemissiewaarde, maar bij een toewijzingscomponent met procesemissies diende te worden ingedeeld. Na een herberekening vorderde de DEHSt 523.027 emissierechten terug. Verzoekster keert zich met de ingediende vordering tegen dit besluit voor zover daarin de oorspronkelijke toewijzing gedeeltelijk is herroepen. Verzoekster stelt dat in het koperconcentraat koper als grondstof moet worden beschouwd en zwavel als brandstof.

 

Overweging:

Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord en het koperconcentraat, respectievelijk het zwavelgehalte ervan, als brandstof wordt ingedeeld, heeft verzoekster recht op kosteloze toewijzing van extra emissierechten en is het bestreden besluit onrechtmatig. Ten tweede verzoekt de verwijzende rechter om de gevolgen van het einde van de derde handelsperiode voor de op dat tijdstip nog niet vervulde toewijzingsaanspraken ook te verduidelijken, omdat het hierbij gaat om een fundamentele vraag die speelt in alle in de Unie aanhangige rechtsgedingen over extra toewijzing van emissierechten en die, met het oog op de rechtszekerheid en de uniforme toepassing van het Europese recht inzake de handel in emissierechten, dringend moet worden opgehelderd.

 

Prejudiciële vraag:

1. Is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, onder d), van besluit 2011/278/EU van de Commissie voor een kosteloze toewijzing van emissierechten op basis van een subinstallatie met brandstofemissiewaarde, wanneer in een installatie ter vervaardiging van non-ferrometalen volgens bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG in een flash-oven ter vervaardiging van primair koper zwavelhoudend koperconcentraat wordt gebruikt, en de voor het smelten van het kopererts in het concentraat benodigde niet-meetbare warmte in wezen door de oxidatie van de zwavel in het concentraat wordt geproduceerd, waardoor het koperconcentraat zowel als grondstof alsook als brandbaar materiaal voor de warmteproductie wordt gebruikt?

2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: Kunnen aanspraken op de toewijzing van extra kosteloze emissierechten voor de derde handelsperiode na afloop van deze periode worden gehonoreerd met emissierechten voor de vierde handelsperiode wanneer het bestaan van zulke aanspraken pas na afloop van de derde handelsperiode bij een rechterlijke uitspraak wordt vastgesteld, of vervallen nog niet gehonoreerde toewijzingsaanspraken bij afloop van de derde handelsperiode?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: ExxonMobil Production Deutschland C 682/17;

Specifiek beleidsterrein: EZK;