C-286/15 Latvijas propāna gāze

Contentverzamelaar

Terug C-286/15 Latvijas propāna gāze

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   31 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   17 augustus 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   17 september 2015
Trefwoorden: douane-indeling; Gecombineerde Nomenclatuur (GN)

Onderwerp
- Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek;
- Verordening (EG) nr. 1031/2008 van de Commissie van 19 september 2008 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 en in verordening (EG) nr. 948/2009 van de Commissie van 30 september 2009 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87

Verzoekster voert in de periode maart 2009 – januari 2010 vanuit RUS vloeibaar petroleumgas in LET in. Zij deelt het product in onder GN-code 2711 19 00, waarvoor het invoertarief 0% is. De belastingdienst (verweerster) concludeert na controle dat indeling in 2711 12 97 of 2711 13 97 moet plaatsvinden aangezien uit de door verzoekster ingediende documenten blijkt dat het product voornamelijk uit propaan en butaan bestaat. In het kwaliteitscertificaat van de RUS heliumfabriek wordt de hoeveelheid van elk van deze substanties niet afzonderlijk aangegeven, maar enkel het totaalgehalte. De TU Riga brengt advies uit dat op basis van het certificaat onmogelijk kan worden bepaald wat de exacte samenstelling is. Volgens verweerster moet in dit geval indeling plaatsvinden naar het product waaraan het zijn wezenlijk karakter ontleent. Verzoekster krijgt naheffing en boete opgelegd en stapt naar de rechter. Die verwijst naar HvJEU-zaak C-173/08 en oordeelt dat verweerster onvoldoende heeft gemotiveerd welke factor doorslaggevend is om het wezenlijke karakter van de stof te bepalen en om welke reden is aangenomen dat dit propaan en butaan zou zijn, mede gezien het feit dat dit niet in het kwaliteitscertificaat vermeld is. De monsters zijn inmiddels vernietigd.

De verwijzende LET rechter (kamer voor bestuursgeschillen Hooggerechtshof) wijst op rechtspraak van het HvJEU met betrekking tot tariefindeling (letten op objectieve kenmerken/eigenschappen, de bestemming van het product) en dat de bewijslast voor wat betreft de specifieke doeleinden van het product bij de importeur ligt. Hij oordeelt dat verzoekster, om het gunstige invoerrecht te krijgen, bewijzen moet overleggen die de twijfel bij verweerster wegnemen. De vraag is of de importeur ook gehouden is de procentuele hoeveelheid van de substanties nauwkeurig aan te geven. Hij besluit de volgende vragen aan het HvJEU voor te leggen:
1) Moeten de algemene interpretatieregels 2, onder b), en 3, onder b), die zijn neergelegd in verordening (EG) nr. 1031/2008 van de Commissie van 19 september 2008 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 en in verordening (EG) nr. 948/2009 van de Commissie van 30 september 2009 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87, aldus worden uitgelegd dat wanneer het product (vloeibaar petroleumgas) zijn wezenlijk karakter ontleent aan alle bestanddelen van het gasmengsel als geheel en er geen enkel bestanddeel afzonderlijk kan worden geïdentificeerd als factor waaraan dat gas zijn wezenlijk karakter ontleent, moet worden aangenomen dat de factor waaraan het product zijn wezenlijk karakter ontleent in de zin van algemene interpretatieregel 3, onder b), de substantie is die verhoudingsgewijs in het mengsel overheerst?
2) Volgt uit artikel 218, lid 1, onder d), van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek dat de aangever van het product (vloeibaar petroleumgas) verplicht is om de procentuele hoeveelheid van de in het mengsel overheersende substanties nauwkeurig aan te geven?
3) Indien de aangever van het product de procentuele hoeveelheid van de in het mengsel overheersende substanties niet nauwkeurig heeft aangegeven, geldt dan voor een gas dat voor 0,32 % uit metaan, ethaan en ethyleen, voor 58,32 % uit propaan en propyleen en voor hoogstens 39,99 % uit butaan en butyleen bestaat, de in casu door de aangever van het product toegepaste code 2711 19 00 van de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie dan wel de door de Valsts ieņēmumu dienests toegepaste code 2711 12 97?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-173/08 Kloosterboer; C-547/13 Oliver Medical
Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten