C-286/23 Asociatia

Contentverzamelaar

C-286/23 Asociatia

Prejudiciële hofzaak Crescatorilor de Vaci Baltata Romaneasca Tip Simmental

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 6 juli 2023  
Schriftelijke opmerkingen:       22 augustus 2023  

Trefwoorden: goedkeuring van een fokprogramma

Onderwerp: Overwegingen 21 en 24, van artikel 4, lid 3, onder b), van de artikelen 8, 10 en 13, van bijlage I, deel 1, punt A, 4, en punt B, 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij.

Feiten:

Verweerster Genetica is erkend als stamboekvereniging voor de uitvoering van een fokprogramma met raszuivere fokdieren die in het door die vereniging gehouden stamboek zijn ingeschreven. Verweerster Genetica heeft goedkeuring verkregen voor het fokprogramma met het runderras Bălțată Românească. Verzoekster, vereniging van fokkers van koeien van het ras „Bălțată Românească” Tip Simmental, is een stamboekvereniging die eerder door het nationaal agentschap voor veeteelt (hierna: “de ANZ”) is erkend. Haar fokprogramma, dat in 2011 door de ANZ is goedgekeurd en momenteel nog loopt, heeft betrekking op hetzelfde runderras als waarop het goedgekeurde fokprogramma van verweerster Genetica betrekking heeft. Zij heeft de rechtmatigheid betwist van de erkenning van verweerster Genetica als stamboekvereniging en van de goedkeuring van haar fokprogramma en vordert nietigverklaring.

Overweging:

Verzoekster voert aan dat de interne procedures van de ANZ niet zijn nageleefd, aangezien de bestreden besluiten zijn vastgesteld hoewel interne afdelingen van de ANZ hadden voorgesteld om de aanvraag van Genetica om erkenning als stamboekvereniging af te wijzen. Verzoekster voert eveneens aan dat de procedure voor de erkenning van stamboekverenigingen en voor de goedkeuring van fokprogramma’s in haar totaliteit onrechtmatig is, aangezien zij niet is vastgesteld bij decreet van de minister van Landbouw en Plattelandsontwikkeling. Verzoekster voert ook aan dat de goedkeuring van het fokprogramma van verweerster Genetica negatieve gevolgen heeft voor het reeds goedgekeurde fokprogramma van verzoekster. Daarnaast voert zij aan dat sprake is van schending van artikel 4, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2016/1012, omdat verweerster Genetica op de datum van haar erkenning niet heeft aangetoond dat zij beschikte over een voldoende grote populatie raszuivere fokdieren voor de uitvoering van het fokprogramma, aangezien de fokkers waarop haar fokprogramma was gebaseerd, nog niet waren ingeschreven voor dat programma, maar uit het fokprogramma van verzoekster moesten komen.

Verweerster Genetica voert aan dat de zogenaamde niet-naleving van de interne procedures van de ANZ niet van belang is voor degenen tot wie de bestuurshandelingen zijn gericht en dat de rechtmatigheid van de bestreden besluiten, aangezien zij in overeenstemming met de bepalingen van verordening (EU) 2016/1012 zijn, niet wordt aangetast door een eventuele schending van de interne procedureregels met betrekking tot de erkenning van stamboekverenigingen en de goedkeuring van hun fokprogramma’s. Genetica stelt ook dat het risico dat het fokprogramma van verzoekster in gevaar wordt gebracht evenmin een grond voor onrechtmatigheid van de bestreden besluiten kan vormen, aangezien de erkenning als stamboekvereniging, overeenkomstig de bepalingen van verordening (EU) 2016/1012, niet de plano uitsluit dat andere stamboekverenigingen worden erkend en dat fokprogramma’s voor hetzelfde ras worden goedgekeurd.

De ANZ voert aan dat de lijsten van de fokkers en het aantal dieren waarvoor om inschrijving in het fokprogramma is verzocht door Genetica zijn ingediend, dat fokkers op grond van verordening (EU) 2016/1012 en van de contractvrijheid zelf kunnen kiezen in welke fokprogramma’s zij hun dieren inschrijven en dat een fokprogramma wordt goedgekeurd nadat een stamboekvereniging is erkend.

De verwijzende rechter merkt op dat, op grond van artikel 4, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2016/1012, juncto bijlage I, deel 1, punt A, 4, bij deze verordening, de aanvrager die als stamboekvereniging wenst te worden erkend bij zijn aanvraag moet aantonen dat hij voor elk fokprogramma beschikt over een voldoende grote populatie fokdieren binnen de geografische gebieden die onder die fokprogramma’s zullen vallen. Deze raszuivere fokdieren kunnen overigens wel uit een ander fokprogramma worden verworven. De verwijzende rechter is van oordeel dat moet worden bepaald in welke mate de vrijheid van die fokkers om te kiezen tussen verschillende fokprogramma’s kan worden beperkt door de noodzaak dat een fokprogramma waaraan die fokkers reeds deelnemen niet in het gedrang of in gevaar wordt gebracht wanneer zij overstappen of toezeggen over te stappen naar een ander fokprogramma dat moet zijn goedgekeurd. De verwijzende rechter verzoekt om de uitlegging van de artikelen 8 en 10 van verordening (EU) 2016/1012. Meer in het bijzonder wenst de verwijzende rechter te vernemen of het gebruik van de woorden „kan [...] weigeren” in artikel 10 van verordening (EU) 2016/1012 impliceert dat aan de bevoegde nationale autoriteit een discretionaire bevoegdheid is toegekend, ofwel dat die autoriteit verplicht is de goedkeuring van het fokprogramma te weigeren wanneer dat programma een reeds in de betreffende lidstaat goedgekeurd fokprogramma van een andere stamboekvereniging voor hetzelfde ras in gevaar dreigt te brengen voor wat betreft ten minste één van de in artikel 10, lid 1, van die verordening genoemde aspecten.

Prejudiciële vragen:

1. Moeten de bepalingen van artikel 4, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2016/1012, juncto bijlage I, deel 1, punt A, 4, bij deze verordening en overweging 24 van deze verordening, aldus worden uitgelegd dat een stamboekvereniging ook kan worden erkend als zij slechts voornemens is – door middel van de ondertekening van aanvragen of het aangaan van verbintenissen daartoe – fokkers te werven die reeds zijn ingeschreven voor een ander goedgekeurd fokprogramma van een andere stamboekvereniging, ofwel dat het noodzakelijk is dat die fokkers op de datum van indiening van de aanvraag tot erkenning daadwerkelijk deel uitmaken van het fokkersbestand van de stamboekvereniging die om erkenning verzoekt?

2. Moeten de bepalingen van artikel 13 van verordening (EU) 2016/1012 en de bepalingen van bijlage I, deel 1, punt B, 2, onder a), bij deze verordening, juncto overweging 24 van deze verordening, aldus worden uitgelegd dat fokkers vrij zijn te kiezen in welke fokprogramma’s voor de verbetering van het ras zij hun raszuivere fokdieren inschrijven en, indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, dat die vrijheid kan worden beperkt door de noodzaak dat een fokprogramma waaraan die fokkers reeds deelnemen niet in het gedrang of in gevaar wordt gebracht wanneer die fokkers overstappen of toezeggen over te stappen naar een ander fokprogramma waarvoor goedkeuring nog dient te worden gegeven?

3. Moeten de bepalingen van artikel 10, lid 1, juncto overweging 21 van verordening (EU) 2016/1012, aldus worden uitgelegd dat indien één van de situaties onder a) tot en met c) van artikel 10, lid 1, aan de orde is, de bevoegde autoriteit die de stamboekvereniging heeft erkend, verplicht is tot weigering van de goedkeuring van het fokprogramma dat een ander programma in gevaar dreigt te brengen voor wat betreft de [in dat artikel] genoemde aspecten ofwel dat het gebruik van de woorden „kan [...] weigeren” betekent dat de autoriteit in dat kader over een discretionaire bevoegdheid beschikt?

4. Moeten de bepalingen van de artikelen 8 en 10 van verordening (EU) 2016/1012, juncto overweging 21 van deze verordening, aldus worden uitgelegd dat wanneer in een lidstaat reeds een fokprogramma wordt uitgevoerd dat de verbetering van het ras tot hoofddoel heeft, goedkeuring mag worden gegeven aan een nieuw fokprogramma voor hetzelfde ras, in dezelfde staat (voor hetzelfde geografische gebied), dat eveneens de verbetering van het ras tot hoofddoel heeft en in het kader waarvan fokdieren kunnen worden geselecteerd uit het fokprogramma dat reeds wordt uitgevoerd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: LNV

Gerelateerde documenten