C-290/21 AKM 

Contentverzamelaar

C-290/21 AKM 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     29 juni 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     15 augustus 2021

Trefwoorden : auteursrechten; satellietomroep; kabeldoorgifte

Onderwerp :

Richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel;

Feiten:

Verzoekster is een Oostenrijkse maatschappij voor collectieve belangenbehartiging die de uitzendrechten in Oostenrijk in beheer heeft. Verweerster, gevestigd te Luxemburg, biedt tegen betaling gecodeerde programma’s van talrijke Oostenrijkse omroeporganisaties aan. Het aanbod is gebundeld in verschillende pakketten (satellietboeketten) en wordt doorgegeven via satelliet. Verweerster verstrekt met toestemming van de omroeporganisaties toegangscodes aan haar klanten. Er wordt een uitzendstream verzonden die door middel van satellietontvangstapparatuur binnen het uitzendgebied wordt ontvangen en met behulp van de toegangscode gedecodeerd, waardoor de stream toegankelijk wordt voor de gebruiker. Door het gebruik van de boeketten worden aan de Oostenrijkse klanten van verweerster werken ter beschikking gesteld die tot het repertoire van verzoekster behoren. De boeketten bevatten zowel programma’s die tegen betaling (pay tv) als programma’s die gratis (free tv) te ontvangen zijn. De gratis programma’s kunnen sowieso door iedereen in Oostenrijk in SD-kwaliteit via satelliet worden ontvangen. Verzoekster vordert voor een groot deel van de tegen betaling en gratis in de boeketten van verweerster opgenomen televisieprogramma’s staking van het gebruik van de signalen voor doorgifte in Oostenrijk en staking van het uitzenden van de omroepprogramma’s per satelliet, gericht op Oostenrijk als staat van ontvangst, indien voor dat gebruik geen toestemming is verkregen in de staat waar de handeling van het uitzenden of het meedelen aan het publiek per satelliet plaatsvindt. Verweerster heeft niet kunnen aantonen dat aan haar rechten voor haar gebruikshandelingen waren verleend. De lagere rechters hebben de vordering gedeeltelijk toegewezen. De vordering tot staking van de doorgifte van het satellietsignaal in Oostenrijk hebben zij echter afgewezen. Met name daartegen heeft verzoekster Revision ingesteld.

Overweging:

De verwijzende rechter wenst te vernemen hoe een satellietboeket-aanbieder in rechte moet worden gekwalificeerd. De vraag is met name of op een dergelijke aanbieder in het geval van een grensoverschrijdende uitzending per satelliet met signaalversleuteling het uplink-staatbeginsel van toepassing is, dat wil zeggen of hij op dezelfde wijze moet worden behandeld als de omroeporganisatie. Dat zou betekenen dat de satellietboeket-aanbieder zijn gebruikshandeling uitsluitend in de uplink-staat verricht. Bijgevolg zou hij voor zijn exploitatiehandelingen alleen toestemming hoeven te verkrijgen van de rechthebbende aldaar. In het onderhavige geval zou dat betekenen dat verzoekster niet bevoegd is om een rechtsvordering in te stellen. Voor het geval dat het Hof deze rechtsopvatting niet volgt en de satellietboeket-aanbieder voor zijn exploitatiehandelingen ook toestemming moet verkrijgen van een rechthebbende in de staat van ontvangst, wenst de verwijzende rechter te vernemen of dat ook geldt voor programma’s die in het omroepgebied reeds gratis toegankelijk zijn voor eenieder, zij het in lagere resolutie.

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 1, lid 2, onder b), van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PB L 248, blz. 15) aldus worden uitgelegd dat niet alleen de omroeporganisatie maar ook een aanbieder van een satellietboeket die meewerkt aan de ondeelbare en een eenheid vormende uitzendhandeling een – hooguit aan toestemming onderworpen – gebruikshandeling verricht in enkel die staat waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt, met als gevolg dat de medewerking van de aanbieder van het satellietboeket aan de omroephandeling niet kan leiden tot een inbreuk op de auteursrechten in de ontvangststaat?

2. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:

Moet het begrip „mededeling aan het publiek” in artikel 1, lid 2, onder a) en c), van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PB L 248, blz. 15) en in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht dat van toepassing is op de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PB L 167, blz. 10) aldus worden uitgelegd dat de aanbieder van een satellietboeket die tijdens een mededeling aan het publiek per satelliet als andere actor optreedt, verschillende gecodeerde hogedefinitiesignalen van gratis televisieprogramma’s en betaaltelevisieprogramma’s van verschillende omroeporganisaties naar eigen inzicht bundelt tot een pakket en het aldus ontstane zelfstandige audiovisuele product tegen betaling aan zijn klanten aanbiedt, ook voor de beschermde inhoud van de in het programmapakket opgenomen gratis televisieprogramma’s afzonderlijke toestemming van de houder van de betrokken rechten nodig heeft, hoewel hij zijn klanten in dit opzicht sowieso enkel toegang verschaft tot werken die in het omroepgebied reeds gratis toegankelijk zijn voor eenieder, zij het in een lagere standaarddefinitiekwaliteit?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK