C-383/25 Keritaly
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 2 september 2025 Schriftelijke opmerkingen: 19 oktober 2025
Trefwoorden: milieueffectbeoordeling, emissies, luchtverontreiniging, geïntegreerde milieuvergunning
Onderwerp: Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), in de versie die gold vóór de wijzigingen die werden ingevoerd bij artikel 1 van richtlijn (EU) 2024/1785: Artikel 3, nr. 7 en 9, de artikelen 10 tot en met 27, en met name artikel 20, lid 2, bijlage I, punt 3.5.
Keritaly SpA produceert keramische tegels. In 2018 is Keritaly door de provinciale autoriteiten aan een milieueffectbeoordeling (MEB) onderworpen wegens hoge emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) in de lucht. In 2019 zagen de autoriteiten af van een MEB onder de voorwaarde dat Keritaly zich strikt aan bindende voorschriften voor emissiegrenswaarden hield. Tijdens een inspectie in 2023 blijkt echter dat Keritaly deze grens overschreed. Keritaly meldde daarop een verhoging van de grenswaarden als een niet-belangrijke wijziging en beriep zich, na het uitblijven van de reactie van de provincie na 60 dagen, op een stilzwijgende goedkeuring van de verhoging. De provinciale autoriteiten ontkennen een stilzwijgende goedkeuring en stellen dat het om een belangrijke wijziging gaat waarvoor een dergelijke verhoging niet uitvoerbaar is zonder nieuwe procedure. Keritaly is het hier niet mee eens en stelt beroep in bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel 20, lid 2, van de richtlijn 2010/75/EU een stilzwijgende goedkeuring bij een dergelijke wijziging op grond van nationale wetgeving toelaat.
Prejudiciële vragen: Moet artikel 20, lid 2, van richtlijn 2010/75/EU aldus worden uitgelegd dat deze bepaling zich verzet tegen een nationale regeling [als de in Italië geldende regeling van artikel 29 nonies, lid 1, van decreto legislativo (wetsbesluit) nr. 152/2006)] op grond waarvan, wanneer een exploitant de bevoegde autoriteit in kennis stelt van een voorgenomen wijziging van zijn installatie die hijzelf als niet-belangrijk kwalificeert, en een termijn van 60 dagen verstrijkt zonder reactie van de bevoegde autoriteit, deze wijziging stilzwijgend wordt geacht te zijn goedgekeurd, zelfs indien later blijkt dat het om een belangrijke wijziging ging?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: IenW; VRO; EZ/LVVN