C-40/16 Uhden

Contentverzamelaar

Terug C-40/16 Uhden

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   10 maart 2016
Concept schriftelijke opmerkingen:       25 maart 2016
Schriftelijke opmerkingen:                   25 april 2016
Trefwoorden: luchtvaart; compensatie luchtreizigers

Onderwerp
Veordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91

Verzoekster heeft een aanvullende compensatie van € 150 gevraagd wegens xxx Zij vliegt met verweerster KLM op 20-09-2014 van Rome naar Hamburg met overstap in Amsterdam. De vlucht vertrekt met vertraging uit Rome, waardoor verzoekster aansluiting in Ams mist en pas op 21-09-2014 om 09.00 in Hamburg arriveert. Verzoekster eist € 400 compensatie van verweerster maar krijgt slechts € 250, waarop zij onderhavige procedure start. Zij baseert zich (onder meer) op een uitspraak van het Handelsgericht Wenen en stelt dat verweerster gehouden is te betalen omdat de ‘afstand’ die bepalend is voor de hoogte van de volgens artikel 7 van de luchtreizigersverordening te betalen compensatie, in casu moet worden berekend als de som van de werkelijk afgelegde trajecten, waaruit voortvloeit dat de trajecten Rome-Ams en Ams-Hamburg moeten worden opgeteld. In eerste instantie wordt haar beroep verworpen (03-06-2015); de rechter berekent de compensatie volgens de voor hem bepalende grote cirkelmethode en komt dan uit op een lagere afstand. De zaak ligt nu voor in beroep bij de verwijzende rechter.

Voor de verwijzende DUI rechter (Landgericht Hamburg) is het slagen van het beroep afhankelijk van de wijze van berekening van de ‘afstand’. Zijn aan het HvJEU voorgelegde vraag luidt als volgt:
“Moet artikel 7, lid 1, tweede zin, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: „luchtreizigersverordening”), aldus worden uitgelegd dat met het begrip ‘afstand’ uitsluitend de rechtstreekse afstand tussen het vertrekpunt en de eindbestemming wordt bedoeld, ongeacht de in het individuele geval werkelijk afgelegde vliegroute?”
Aangehaalde jurisprudentie: C-402/07 en C-432/07 Sturgeon e.a.; C-83/10 Sousa Rodríguez e.a.
Specifiek beleidsterrein: IenM en EZ

Gerelateerde documenten