C-424/25 Overgaard Gods
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 26 augustus 2025 Schriftelijke opmerkingen: 12 oktober 2025
Trefwoorden: watervoorziening, terugvordering staatssteun, evenredigheidsbeginsel
Onderwerp: Verordening 2015/1589 (Procedureverordening voor het terugvorderen van onrechtmatig verleende staatssteun): artikel 16, lid 1.
In 2020 heeft het Milieuagentschap onrechtmatig verleende staatssteun (verband houdend met de heffing van drinkwaterbelasting) teruggevorderd van verzoekende partij. De terugvordering was gebaseerd op het maximaal toegestane waterwinningsvolume, terwijl verzoeker maar een klein deel van dat volume gebruikt heeft en geen daadwerkelijk commercieel voordeel lijkt te kunnen halen uit het volledige toegestane volume. Het is daarbij de vraag of het terugvorderen op basis van het gehele volume in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, en of het mogelijk is om de terugvordering te bereken op basis van een andere grondslag (zoals het werkelijk gewonnen watervolume).
Prejudiciële vraag: Staan grondbeginselen van Unierecht, waaronder het evenredigheidsbeginsel, in situaties als die in het hoofdgeding, waarin het daadwerkelijk gewonnen volume slechts een klein deel van het toegestane volume uitmaakt en waarin niet kan worden gesteld dat de begunstigde een daadwerkelijk economisch voordeel heeft behaald uit het volledige toegestane volume, eraan in de weg dat de onrechtmatige en onverenigbare staatssteun, die de Deense staat krachtens de terugvorderingswet en het terugvorderingsdecreet terugvordert ter uitvoering van de bij besluit van de Commissie van 16 oktober 2017 betreffende steunmaatregel SA.32874 (2012/C) opgelegde terugbetalingsverplichting, wordt vastgesteld op basis van toegestane volumen, zodat de vordering vervalt of moet worden vastgesteld op basis van het daadwerkelijk gewonnen volume?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: EZ