C-449/20 Real Vida Seguros  

Contentverzamelaar

C-449/20 Real Vida Seguros  

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     10 november 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     27 december 2020

Trefwoorden : dividend; belastingen; fiscale neutraliteit; vrij verkeer van kapitaal

Onderwerp : VWEU, artikel 63

Feiten:

De belastinginspectie heeft bij verzoekster een controle uitgevoerd over de belastingjaren 1999 en 2000, die heeft geleid tot correcties van het belastingresultaat (totaalbedrag van €20.872,73). Uit de analyse van de berekeningsgrondslag blijkt dat de belastingplichtige zowel de brutodividenden op Portugese als die op buitenlandse aandelen in aftrek heeft gebracht. Gelet op het begrip belastingvoordeel en op het feit dat het betrokken voordeel bedoeld was om de nationale effectenmarkt dynamischer te maken, hadden echter alleen de dividenden op aandelen die tot de handel op de nationale effectenmarkt zijn toegelaten in aftrek mogen worden gebracht, en is in overeenstemming met de bovengenoemde wettelijke bepaling een correctie van €13.406,62 doorgevoerd. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de belastingaanslagen. Het onderhavige beroep in cassatie is op 21 juni 2004 ingesteld. Verzoekster betoogt dat dit onderscheid in strijd is met het Unierecht aangezien er volgens haar sprake is van een kennelijke schending van het – in de artikelen 63 e.v. VWEU neergelegde – beginsel van het vrije verkeer van kapitaal en van het beginsel van neutraliteit van de uitvoer van kapitaal. Het openbaar ministerie stelt dat het beroep in cassatie ongegrond moest worden verklaard, aangezien „[...] artikel 31 EBF strekt tot de invoering van een maatregel om de kapitaalmarkt op de Portugese beurs te ondersteunen”.

Overweging:

Volgens de in cassatie aangevoerde middelen moet worden nagegaan of het, anders dan in de bestreden beslissing is geoordeeld, voor de toepassing van de IRC (vennootschapsbelasting) mogelijk moet zijn om de dividenden op buitenlandse aandelen overeenkomstig artikel 31 EBF af te trekken van de nettowinst over de belastingjaren 1999 en 2000. Bijgevolg moet worden vastgesteld of, gelet op artikel 31 EBF, inbreuk is gemaakt op het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal (artikelen 63 e.v. VWEU) zoals in het beroep in cassatie wordt aangevoerd. Aangezien de schending van het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal kan leiden tot een verplichting om een verzoek om een prejudiciële beslissing in te dienen, moet deze kwestie ambtshalve worden onderzocht.

Prejudiciële vraag:

Is er sprake van schending van het in de artikelen 63 e.v. VWEU neergelegde beginsel van het vrije verkeer van kapitaal wanneer overeenkomstig de artikelen 31 en 2 van het Estatuto dos Benefícios Fiscais [regeling inzake belastingvoordelen] voor de toepassing van de Imposto sobre o rendimento das pessoas coletivas [vennootschapsbelasting] (IRC) die ten aanzien van verzoekster tot cassatie is geheven over de belastingjaren 1999 en 2000, 50 % van de dividenden die op nationale (Portugese) beurzen zijn verkregen, kan worden afgetrokken, terwijl dividenden die op beurzen van andere landen van de Unie zijn verkregen, van die aftrek zijn uitgesloten?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal; EZK