C-517/21 Laudamotion

Contentverzamelaar

C-517/21 Laudamotion

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    20 oktober 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    6 december 2021

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers;

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: luchtreizigersverordening)

Feiten:

Deze zaak betreft drie vergelijkbare feitelijke situaties aan de hand waarvan de vraag moet worden beantwoord of een passagier daadwerkelijk moet zijn vertrokken met een vlucht waarmee hij met een vertraging van ten minste drie uur op zijn eindbestemming zou zijn aangekomen. Alle verzoekers vorderen compensatie op grond van de luchtreizigersverordening. In het eerste geval heeft verzoeker online ingecheckt en is met de vertraagde vlucht vertrokken. De rechter oordeelde dat het niet noodzakelijk is om fysiek te verschijnen bij de incheckbalie wanneer er online is ingecheckt om aanspraak te hebben op de compensatie. In het tweede geval heeft verzoeker ook online ingecheckt en ging een uur voor de geplande vertrektijd naar de incheckbalie die onbemand was. Op het vertrekbord stond de geboekte vlucht vermeld met een vertrektijd in de namiddag (in plaats van 06:50u) terwijl verzoeker de vlucht had geboekt om vanaf 10.00 uur deel te nemen aan een conferentie. Verzoeker boekte een vlucht bij een andere luchtvaartmaatschappij en ontving pas om 09.00 uur een SMS van verweerster dat vlucht was vertraagd. De rechter oordeelde dat de passagier ook recht op compensatie heeft indien hij afziet van het vervoer wanneer bij aankomst sprake is van een niet te voorkomen vertraging van ten minste drie uur. In het derde geval hebben verzoekers gebruik gemaakt van omboeking van de vlucht (door verweerster) maar zijn alsnog met een vertraging van meer dan 3 uur aangekomen. Verzoekers hebben zich vanwege de omboeking alleen voor de nieuwe vlucht gemeld bij de incheckbalie. De rechter oordeelde dat de passagiers voor wie een andere vlucht was georganiseerd en die reeds vóór vertrek van de oorspronkelijk geboekte vlucht daarover waren geïnformeerd, zich niet meer bij de incheckbalie van de oorspronkelijk geboekte vlucht hoeven te melden om hun rechten op grond van de luchtreizigersverordening te vrijwaren. Verweerster heeft in alle gevallen hoger beroep ingesteld.

Overweging:

Ten eerste rijst de vraag of voor de toepasselijkheid van de verordening volstaat dat online is ingecheckt, dan wel dat de passagier bovendien op de in artikel 3(2) van de luchtreizigersverordening aangegeven tijden op de luchthaven van vertrek aanwezig moet zijn. Vervolgens rijst de vraag of de passagier ook recht op compensatie heeft, wanneer hij reeds vóór de vlucht op de hoogte is van de langdurige vertraging en daarom afziet van de vlucht.

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 3, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: „luchtreizigersverordening”) aldus worden uitgelegd dat de verordening van toepassing is op een passagier die online incheckt, maar zich niet bij de incheckbalie meldt op de in die bepaling aangegeven tijden?

2) Moet artikel 5 van de luchtreizigersverordening, gelezen in samenhang met artikel 7 daarvan, in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 november 2009 in de gevoegde zaken C-402/07 en C-432/07, aldus worden uitgelegd dat, ingeval dat de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert zich niet kan bevrijden van haar verplichting om compensatie te betalen als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de luchtreizigersverordening, de passagier recht heeft op compensatie, wanneer

– de vlucht op de eindbestemming een vertraging heeft van ten minste drie uur,

– reeds vóór het boarden van de vlucht duidelijk was dat deze met een vertraging van ten minste drie uur op zijn eindbestemming zou aankomen, en

– de passagier niet verschijnt bij het boarden van deze vlucht?

Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:

3) Geldt dit ook indien de passagier zonder medewerking van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert een andere vlucht boekt, waarmee hij slechts iets later aankomt op een andere luchthaven die dezelfde stad of regio bedient als de oorspronkelijk geboekte vlucht (artikel 8, lid 3, van de luchtreizigersverordening), dan hij volgens de planning op de eindbestemming zou zijn aangekomen met de oorspronkelijk geboekte vlucht?

Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:

4) Geldt dit ook indien de passagier op eigen verzoek door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert wordt omgeboekt naar een andere vlucht, waarmee hij weliswaar eerder dan met de vertraagde oorspronkelijk geboekte vlucht op zijn eindbestemming aankomt, maar toch later dan hij volgens de planning op de eindbestemming zou zijn aangekomen met de oorspronkelijk geboekte vlucht (waarbij de vlucht waarnaar de passagier is omgeboekt zelf geen „langdurige vertraging” heeft)?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW