C-518/23 NEW Niederrhein Energie und Wasser 

Contentverzamelaar

C-518/23 NEW Niederrhein Energie und Wasser 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    10 oktober 2023
Schriftelijke opmerkingen:                    26 november 2023

Trefwoorden: consumentenbescherming, informatieverstrekking

Onderwerp: Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad:  artikel 7.

Feiten:

De verzoekende partij, Verbraucherzentrale Bundesverband e. V., is de overkoepelende vereniging van de zestien consumentencentrales in Duitsland. De verwerende partij, NEW Niederrhein Energie und Wasser GmbH, is een energiebedrijf dat in heel Duitsland actief is en elektriciteit levert aan particuliere huishoudens. In de algemene voorwaarden wijst de verwerende partij erop dat de lokale netbeheerder de uren waarin de stroom tegen laagtarief wordt vrijgegeven en de hoogte van de compensatie bepaalt. De verzoekende partij heeft verzocht de verwerende partij onder meer te verbieden om zelf of via een derde te adverteren met een aanbieding voor verwarmingsstroom zonder de consument in de gehele bestelprocedure bij de afrekeningsmethode voor verwarmingsstroom zelf of via een derde uitdrukkelijk te wijzen op de concrete compensatie bij gezamenlijke registratie van verwarmings- en huishoudelijke stroom met een dubbele tariefmeter (hierna: „stakingsvordering”). Volgens de verzoekende partij is de aangeboden totale prijs te laag omdat deze geen rekening houdt met de compensatie. Met de stakingsvordering keert de verzoekende partij zich tegen de reclame van de verwerende partij voor verwarmingsstroom zonder „bij de afrekeningsmethode voor verwarmingsstroom” uitdrukkelijk te wijzen „op de concrete compensatie”. De rechter in eerste aanleg heeft het verzoek afgewezen. De rechter in tweede aanleg heeft het hoger beroep van verzoeker hiertegen verworpen.

Overweging:

De verwijzende rechter stelt dat de te beantwoorden vraag is of de informatie die de handelaar op grond van artikel 7, lid 1 en lid 4, onder c), van richtlijn 2005/29/UWG moet verstrekken over de manier waarop de prijs wordt berekend bij een prijsstelling naar verbruik, van dien aard moet zijn dat de consument op basis van de informatie zelfstandig de prijs kan berekenen wanneer hij zijn verbruik kent. Het doel van richtlijn 2005/29 zou er volgens de verwijzende rechter voor kunnen pleiten dat de informatie de consument in staat dient te stellen de prijs te achterhalen. De richtlijn bevat echter geen verdere precisering van het begrip „manier waarop de prijs wordt berekend”. De verwijzende rechter merkt tevens op dat artikel 7, lid 3, van richtlijn 2005/29 enkel regels bevat die betrekking hebben op beperkingen qua ruimte en tijd van het door de handelaar gebruikte communicatiemedium, en niet op de beschikbaarheid of de verkrijging van de informatie. Volgens de rechtspraak van het Hof omvat de manier waarop de prijs wordt berekend, de wijze van berekening van de definitieve prijs en in voorkomend geval de bijkomende kosten of de vermelding dat die kosten ten laste van de consument zijn. Het is aan de nationale rechter om na te gaan of de weglating van de wijze van berekening van de definitieve prijs de consument belet om een geïnformeerd besluit over een aankoop te nemen, zodat hij ertoe wordt gebracht een besluit over een aankoop te nemen dat hij anders niet zou hebben genomen.

Prejudiciële vraag:

Moet de door de handelaar op grond van artikel 7, lid 1 en lid 4, onder c), van richtlijn 2005/29/EG te verstrekken informatie over de manier waarop de prijs wordt berekend, bij een prijsstelling naar verbruik van dien aard zijn dat de consument op basis van de informatie zelfstandig de prijs kan berekenen wanneer hij zijn verbruik kent?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-122/10 Ving Sverige; C-281/12 Trento Sviluppo en Centrale Adriatica; C-611/14 Canal Digital Danmark; C-476/14 Citroën Commerce

Specifiek beleidsterrein: EZK

Gerelateerde documenten