C-584/13 Mapfre asistencia et Mapfre warranty

Contentverzamelaar

Terug C-584/13 Mapfre asistencia et Mapfre warranty

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   7 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   24 januari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   24 februari 2014
Trefwoorden: btw (verzekeringen)

Onderwerp
Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag

FRA garagehouders die tweedehands auto’s verkopen laten deze auto’s repareren bij de in Milaan/ITA gevestigde verzoekster Mapfre warranty sPa (MW). Laatstgenoemde sluit bij de in Marennes/FRA gevestigde verzekeraar naar SPA recht Mapfre asistencia (medeverzoekster, MA) een verzekering af. MW is van mening dat zij een dienst verricht en brengt btw in rekening. MA draagt 9% assurantiebelasting af over de door MW betaalde premies.
De belastingdienst is echter van oordeel dat het hier om een ‘verzekeringsverrichting’ gaat zoals genoemd in de ‘code général des impôts’. De assurantiebelasting voor autoverzekeringen bedraagt daarin 18%.
Verzoeksters maken bezwaar maar dat wordt verworpen. Zij starten daarop een procedure omdat zij menen dat het gaat om uitbestede klantenservice waarvoor het risico is ondergebracht bij MA. De rechter in eerste instantie oordeelt dat de overeenkomst wordt beheerst door het verzekeringsrecht (hoofddoel) en dat de kopers van de auto’s hier geheel buiten staan (geen medeverzekerde). Aangezien de belastingdienst niet stelt dat een dergelijke verzekering onder het algemene belastingwetboek valt, omdat deze verzekering indirect de gevolgen van mechanische pech dekt, valt een dergelijke polis niet onder allriskverzekeringen inzake motorvoertuigen, zodat de geldige belastingvoet 9% moet bedragen.
Het Hof van Beroep bevestigt dat de belastingvoet (assurantiebelasting voor MA) 9% dient te zijn, maar de prestaties van MW worden als verzekeringsverrichting gekwalificeerd waarover 18% verschuldigd is. Zowel verzoeksters als de belastingdienst gaan daarop in cassatie.

De verwijzende FRA rechter (Cour de Cassation) besluit, omdat in de Zesde btw-richtlijn geen definitie van het begrip ‘verzekeringsverrichting’ wordt gegeven, de volgende vraag aan het HvJEU voor te leggen:
„Moeten de artikelen 2 en 13, B, sub a, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 (77/388 EEG) aldus worden uitgelegd dat de verrichting die erin bestaat dat een marktdeelnemer die onafhankelijk is van de wederverkoper van tweedehandsauto’s, tegen betaling van een vast bedrag garantie biedt bij mechanische defecten die kunnen ontstaan aan bepaalde onderdelen van de tweedehandsauto, valt binnen de categorie verzekeringsverrichtingen die zijn vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, of integendeel binnen de categorie diensten?”

Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten