C-596/25 Sonifer
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 29 oktober 2025 Schriftelijke opmerkingen: 15 december 2025
Trefwoorden: voedselveiligheid, levensmiddelen, voorzorgsbeginsel, gezondheidscontroles
Onderwerp: VWEU: artikel 191; Verordening 2017/625 [betreffende controles voor levensmiddelen- en diervoerderwetgeving]: artikel 5, lid 1, onder a).
Verzoeker Sonifa heeft een gezondheidsvergunning aangevraagd voor de invoer van koffiezetapparaten uit China, bestemd voor de Europese markt. Er werd geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn van drie maanden. De douaneautoriteiten voerden na de termijn een identiteitscontrole van de goederen uit, waarop zij de vergunning alsnog weigerden. Sonifa vecht de weigering aan, omdat het nationaal recht voorschrijft dat bestuurlijk stilzwijgen in beginsel wordt beschouwd als instemming (tenzij het Unierecht ‘anders bepaalt’). De Spaanse rechter twijfelt of de uitzondering juist van toepassing is, krachtens artikel 191 VWEU (voorzorgsbeginsel) en verordening 2017/625 (doeltreffendheid controles).
Prejudiciële vragen: Eerste vraag Kan het voorzorgsbeginsel, dat van toepassing is verklaard op de bescherming van de menselijke gezondheid, onder meer in de mededeling van de Europese Commissie van 2 februari 2000 over het voorzorgsbeginsel en in overweging 6 van [verordening] nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding, – onverminderd de rechtspraak van het Hof van Justitie dienaangaande – rechtstreeks toepasselijk worden geacht zodat bestuurlijk stilzwijgen als een afwijzing wordt beschouwd, terwijl dit stilzwijgen krachtens de toepasselijke nationale wetgeving in beginsel als instemming wordt beschouwd wanneer er in de nationale rechtsorde geen nationale regel met kracht van wet bestaat die voor het betrokken onderwerp voorziet in een uitzondering op deze algemene regel? Tweede vraag Indien zou worden geoordeeld dat het voorzorgsbeginsel van artikel 191 VWEU, zoals uitgewerkt in de rechtspraak van het Hof van Justitie, op zichzelf niet volstaat om af te wijken van een nationale regel die aan bestuurlijk stilzwijgen een positieve of instemmende betekenis toekent „tenzij een bepaling van Gemeenschapsrecht anders bepaalt”, gelet op het feit dat verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004, verordening (EG) nr. 2023/2006 van de Commissie van 22 december 2006 en verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie van 14 januari 2011 daaromtrent niets bepalen, moet het in artikel 5, lid 1, onder a), van verordening (EU) 2017/625 neergelegde vereiste dat de bevoegde nationale autoriteiten beschikken over procedures en/of regelingen om de doeltreffendheid van officiële controles en andere officiële activiteiten te waarborgen, gelezen in samenhang met de artikelen 44 en 45 van deze [verordening], dan worden opgevat als een regel van gemeenschapsrecht die een uitzondering vormt op de regel dat bestuurlijk stilzwijgen wordt beschouwd als instemming, die bij nationale wetgeving is vastgesteld voor procedures voor de gezondheidscontrole van producten bestemd om met levensmiddelen in contact te komen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: LVVN; VWS