C-599/13 SOMVAO

Contentverzamelaar

Terug C-599/13 SOMVAO

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   23 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   9 februari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   9 maart 2014
Trefwoorden: subsidie; bescherming financiële belangen EU

Onderwerp
- VWEU artikel 78 (asiel; tijdelijke bescherming)
- Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
- Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, zoals gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 van de Raad van 13 december 2006
- Beschikking 2004/904/EG van de Raad van 2 december 2004 tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2005-2010

Verzoekster is de Vereniging ‘Somalische Vereniging Amsterdam en Omgeving’. In augustus 2005 vraagt en krijgt zij subsidie uit het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) voor een project genaamd “Tesfa Himilo II” waarvoor zij samenwerkt met een Ethiopische organisatie, eveneens in Ams gevestigd.  Het project is gericht op het bevorderen van integratie en participatie in de NL samenleving. Het eerste jaar (2006) ontvangt zij € 199.761,00 wat 45% van de subsidiabele kosten is. Naar aanleiding van de eindverantwoording is dit bedrag toen definitief vastgesteld.
In 2009 is in opdracht van de EURCIE een accountantscontrole uitgevoerd. Volgens het controlerapport ontbreekt een inzichtelijke en aanvaardbare onderbouwing van een groot gedeelte van de door SOMVAO opgevoerde kostenposten en declaraties, met name wat betreft de personeelskosten, zodat een subsidiebedrag van € 188.675,87 ten onrechte is verstrekt. MinVenJ besluit (12-11-2009) de subsidie te verlagen tot € 11.085,13, en het teveel betaalde bedrag van € 188.675,87 terug te vorderen. De Rb heeft het beroep ongegrond verklaard: MinVenJ was weliswaar niet bevoegd het al eerder vastgestelde subsidiebedrag te verlagen, maar wel verplicht (op grond van uitvoeringsbeschikking 2004/904) de subsidievaststelling te wijzigen. SOMVAO is het daar niet mee eens omdat zij niet de conclusie van het rapport onderschrijft dat de personeelskosten veel te hoog zouden zijn en gaat in hoger beroep.

De verwijzende NL rechter (RvS) stelt vast dat het subsidiebesluit is genomen op grond van Awb 4:46. In artikel 4?49 is limitatief bepaald in welke gevallen de subsidieverstrekker mag overgaan tot intrekken dan wel wijzigen ten nadele. In onderhavige zaak concludeert hij dat wijziging op grond van 4:49 niet mogelijk was en hij vraagt zich af of het Unierecht, al dan niet in combinatie met het nationale recht, een rechtsgrondslag kan bieden. Hij stelt de volgende vragen aan het HvJEU.
1. Biedt artikel 4 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, dan wel artikel 53 ter; tweede lid, aanhef en onder c, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, zoals gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 van de Raad van 13 december 2006, een rechtsgrondslag voor een wijziging ten nadele en terugvordering van een reeds vastgestelde subsidie, verstrekt uit het Europees Vluchtelingenfonds, door de nationale autoriteiten bij de subsidieontvanger?
2. Vormt artikel 25, tweede lid, van Beschikking 2004/904/EG van de Raad van 2 december 2004 tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2005-2010 een rechtsgrondslag voor een wijziging ten nadele en terugvordering van een reeds vastgestelde subsidie, verstrekt uit het Europees Vluchtelingenfonds, door de nationale autoriteiten bij de subsidieontvanger, zonder dat daartoe een bevoegdheidsattributie naar nationaal recht noodzakelijk is?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-383/06 t/m C-385/06, Vereniging Nationaal Overlegorgaan Sociale Werkvoorziening; C-465/10, Chambre de commerce et d'industrie de l'lndre
Specifiek beleidsterrein: VenJ, mede FIN

Gerelateerde documenten