C-609/25 Hanov
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 24 november 2025 Schriftelijke opmerkingen: 10 januari 2026
Trefwoorden: consumentkredietovereenkomsten, jaarlijkse kostenpercentage
Onderwerp: Richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten: Artikel 10 en 23.
Verweerder heeft een kredietovereenkomst gesloten voor de aankoop van mobiele telefoons. Verzoekster heeft de vordering uit deze kredietovereenkomsten overgenomen middels een cessie. Verweerder stelt dat de kredietovereenkomst ongeldig is omdat er een onjuiste kennisgeving van de cessie is gedaan en het jaarlijkse kostenpercentage niet correct of onvolledig werden vermeld, wat in strijd is met het Bulgaarse wet op consumentenkrediet en het Unierecht. Als gevolg hiervan heeft de verwijzende rechter de kredietovereenkomst nietig verklaard. Waardoor verweerder enkel het nettobedrag terug moest betalen. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de nationale wetgeving die ertoe leidt dat de kredietovereenkomst ongeldig kan worden verklaard en daarmee zorgt dat de vordering niet naar de cessionaris overgaat, verenigbaar is met het Unierecht.
Prejudiciële vragen: 1. Moeten artikel 10, lid 2, onder g), en artikel 23 van richtlijn 2008/48 alsook punt 2 van het dictum van het arrest van het Hof in zaak C-714/22 aldus worden uitgelegd dat in geval van cessie van vorderingen uit een consumentenkredietovereenkomst die later nietig is verklaard omdat het jaarlijkse kostenpercentage niet is vermeld, ook het recht om van de consument terugbetaling van de door hem als lening ontvangen hoofdsom te vorderen overgaat op de cessionaris, zonder dat dit in de overeenkomst van cessie uitdrukkelijk hoeft te zijn bepaald? 2. Staat artikel 23 van richtlijn 2008/48 eraan in de weg dat indien bij een rechtsbetrekking die voortvloeit uit een consumentenkredietovereenkomst een partij is vervangen, de in het nationale recht tot omzetting van die richtlijn ingevoerde sancties worden opgelegd aan de latere schuldeisers/debiteuren in die rechtsbetrekking?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-714/22 Profi Credit Bulgaria; C-42/15 Home Credit Slovakia.
Specifiek beleidsterrein: EZ; FIN