C-642/23  Flightright  

Contentverzamelaar

C-642/23  Flightright  

Prejudiciële hofzaak 

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak , en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    24 januari 2024
Schriftelijke opmerkingen:                    10 maart 2024

Trefwoorden: passagiersrechten, compensatie luchtpassagiers

Onderwerp:  Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten: artikel 7, lid 3 en 8, lid 1, onder a).

Feiten:

Verzoekende partij is ‘Flightright GMBH’ (hierna: Flightright), welke vorderingen tot terugbetaling bij vliegtuigmaatschappijen overneemt van klanten. Verwerende partij is Etihad Airways P.J.S.C (hierna: vliegtuigmaatschappij). De cedente van Flightright beschikte over een boeking voor een retourvlucht bij de vliegtuigmaatschappij, welke was betaald aan reisorganisator ‘free4Travel’. De vlucht die zou worden uitgevoerd werd geannuleerd. De reisorganisator had in 2020 faillissement aangevraagd en betaalde het ticket niet terug aan cedente. Hierna heeft de vader van cedente zich tot de vliegtuigmaatschappij gewend, welke hem aanbood de vluchten formeel om te boeken. Na telefonisch contact kreeg de vader toezegging om de waarde van de gedane betaling in te wisselen voor een andere vlucht naar Etihad en extra airmiles te krijgen, waaronder extra Etihad Guest Miles. De extra Etihad Guest Miles werden niet bijgeschreven. De verzoekende partij heeft per brief geëist van verwerende partij dat ze het bedrag volledig terugbetalen.

Overweging:

Het recht op terugbetaling van het ticket vloeit voort uit artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 7, lid 3, van verordening nr. 261/2004. De vraag is of het recht in casu volledig moet worden ontkend omdat cedente reeds tevoren tegenover verwerende partij haar keuzerecht ten aanzien van artikel 8 heeft uitgeoefend dat de betaling in vorm van tegoed zou plaatsvinden. Het is niet zeker of het aanmaken van het Etihad Credit Account, waarop de extra credits geplaatst zouden moeten worden, moet kunnen worden opgevat als ‘schriftelijke toestemming’ van de passagier in de zin van artikel 7, lid 3 van de verordening, of dat hier een handtekening voor vereist is. De verwijzende rechter vraagt of de ruime uitleg die het Hof over het verdrag van Montreal heeft gegeven, ook kan worden toegepast op verordening nr. 251/2004. Tevens twijfelt de rechter of de gegeven toestemming voor de kredieten nog herroepen kan worden en opnieuw nakoming door betaling in geld verlangd kan worden.

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 8, lid 1, onder a), gelezen in samenhang met artikel 7, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 aldus worden uitgelegd dat er sprake is van een geldige schriftelijke toestemming van de passagier voor de terugbetaling van het ticket in de vorm van reisbonnen of tegoeden, wanneer de passagier op de website van de luchtvaartmaatschappij zelf een elektronisch klantaccount heeft aangemaakt waarop de reisbonnen en tegoeden moeten worden bijgeschreven, zonder dat hij zijn toestemming voor deze wijze van terugbetaling heeft bevestigd met een handgeschreven handtekening?

2) Indien de eerste prejudiciële vraag bevestigend wordt beantwoord, kan de passagier dan zijn ooit op geldige wijze gegeven toestemming voor de terugbetaling van het ticket in de vorm van reisbonnen en tegoeden herroepen en opnieuw nakoming door betaling in geld verlangen, wanneer de luchtvaartmaatschappij de toegezegde reisbonnen en tegoeden naderhand niet bijschrijft op het klantaccount?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-173/07 Emirates Airlines; C-258/16 Finnair

Specifiek beleidsterrein: IenW

Gerelateerde documenten