C-668/20 Y GmbH  

Contentverzamelaar

C-668/20 Y GmbH  

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 februari 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     28 maart 2021

Trefwoorden : gecombineerde nomenclatuur; douane; belastingen; accijns

Onderwerp :

-           Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief;

-           Richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken;

Feiten:

Verzoekster heeft onder GN-onderverdeling 3302 10 90 aangifte gedaan voor het vrije verkeer en tot verbruik van vanille-extract. Verweerder (douanehoofdkantoor) heeft aanvankelijk alleen omzetbelasting bij invoer vastgesteld, om vervolgens bij navorderingsaanslag douanerechten en belasting op gedistilleerde dranken vast te stellen. Verweerder vindt naderhand dat het product onder GN-onderverdeling 1302 19 05 KN moest worden ingedeeld (douanerecht van 3%) en dat het product daarmee ook was onderworpen aan de belasting op gedistilleerde dranken. De belastingrechter in eerste aanleg heeft deze navordering als rechtmatig beoordeeld. Het product is immers geen zuivere vanille-oleohars, maar een mengsel van vanille-oleohars, alcohol en water. Verzoekster heeft tegen deze beslissing beroep in Revision ingesteld. Zij is van mening dat het product moet worden ingedeeld onder GN-post 3302 (mengsels van reukstoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie). De belasting op gedistilleerde dranken is volgens verzoekster niet verschuldigd, ongeacht of het geïmporteerde product onder GN-onderverdeling 3302 10 90 dan wel onder GN-onderverdeling 1302 19 05 moet worden ingedeeld.

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter hangt de beslechting van het geding af van de gecombineerde nomenclatuur als vastgesteld bij uitvoeringsverordening 2015/1754. Met name aan de respectieve werkingssfeer van de GN-posten 1302, 3301 en 3302 en van de GN-onderverdelingen 1302 19 05, 3301 90 30 en 3302 10 90 komt in casu bijzondere relevantie toe. Over de uitlegging ervan zijn twijfels gerezen die doorslaggevend kunnen zijn voor de beslechting van het onderhavige geding. Voor de afdoening van het geding is het bovendien van belang om uit te maken in hoeverre aroma’s in aanmerking komen voor de vrijstelling van belasting op gedistilleerde dranken overeenkomstig artikel 27(1)e)  van richtlijn 92/83, over de uitlegging waarvan eveneens twijfels bij de verwijzende rechter zijn gerezen.

Prejudiciële vragen:

1. Moet onderverdeling 1302 19 05 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”) aldus worden uitgelegd dat daaronder ook met ethanol en water verdunde en door extractie verkregen vanille-oleoharsen moeten worden ingedeeld wanneer deze bestaan uit ongeveer 90 % (v/v) respectievelijk 85 % (m/m) ethanol, tot en met 10 % (m/m) water, 4,8 % (m/m) droog residu en 0,5 % vanilline (m/m), ook al zijn door extractie verkregen vanille-oleoharsen volgens aantekening 1, onder ij), op hoofdstuk 13 GN uitgesloten van indeling onder GN-post 1302?

2. Zijn de in de eerste prejudiciële vraag omschreven producten aan te merken als door extractie verkregen vanille-oleoharsen als bedoeld in GN-onderverdeling 3301 90 30?

3. Moet GN-onderverdeling 3302 10 90 aldus worden uitgelegd dat de in de eerste prejudiciële vraag omschreven producten moeten worden ingedeeld als een mengsel van reukstoffen of als een mengsel (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van één of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie?

4. Zijn de producten van GN-onderverdeling 1302 19 05 of door extractie verkregen vanille-oleoharsen als bedoeld in GN-onderverdeling 3301 90 30 ook aan te merken als aroma’s in de zin van artikel 27, lid 1, onder e), van richtlijn 92/83/EEG?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN; FIN-fiscaal