C-70/20 Altenrhein Luftfahrt

Contentverzamelaar

C-70/20 Altenrhein Luftfahrt

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    23 april 2020
Schriftelijke opmerkingen:                    9 juni 2020

Trefwoorden : luchtvaart; Verdrag van Montreal; aansprakelijkheid

Onderwerp :

-           Verdrag van Montreal: tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer;

-           Besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001 inzake de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal). 

 

Feiten:

Verzoekster was op 20.03.2014 passagier op een vlucht van Altenrhein Luftfahrt (verweerster) van Wenen naar St. Gallen/Altenrhein te Zwitserland. Verzoekster stelt bij de ‘harde’ landing een hernia te hebben opgelopen en vordert een schadevergoeding op grond van artikel 17 van het Verdrag van Montreal. Verweerster verweert zich hiertegen en voert aan dat de landing plaatsvond binnen de grenzen van het normale functioneren van het vliegtuig. Dit is volgens verweerster een typische gebeurtenis en dus geen ongeval in de zin van artikel 17 van het Verdrag van Montreal. De rechters in eerste en tweede aanleg hebben de vordering van verzoekster afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen een beroep in revision ingediend bij de verwijzende rechter.

 

Overweging:

De vraag doet zich voor of een ‘harde’ landing die duidelijk merkbaar is voor de passagier, maar die evenwel binnen ‘de grenzen van het normale functioneren’ valt, is aan te merken als een ongeval in de zin van artikel 17 van het Verdrag van Montreal. Het Hof heeft in zaak Niki Luftfahrt (C-532/18) vastgesteld dat het bij het begrip ‘ongeval’ gaat om een schadelijke gebeurtenis die onvoorzien en onopzettelijk is. Deze formulering lijkt erop te wijzen dat beslissend is of de gebeurtenis werd voorzien door de passagier. Echter is het de verwijzende rechter niet duidelijk of het beslissend is of de gebeurtenis objectief niet kon worden voorzien of dat de gebeurtenis zich plotseling voordeed en de passagier hier geen rekening mee hield. In het geval van een beperkte opvatting, dient schade die voortvloeit uit gebeurtenissen die deel uitmaken van het normale en te verwachten functioneren van het vliegtuig, niet te worden vergoed.

 

Prejudiciële vraag:

Is een harde landing – die evenwel nog binnen de grenzen van het normale functioneren van het vliegtuig ligt – waardoor een passagier lichamelijk letsel oploopt, een ongeval in de zin van artikel 17, lid 1, van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, dat op 28 mei 1999 te Montreal is gesloten, op 9 december 1999 door de Europese Gemeenschap is ondertekend en namens haar is goedgekeurd bij besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Niki Luftfahrt (C-532/18);  Wucher Helicopter en Euro-Aviation Versicherung (C 6/14);

Specifiek beleidsterrein: IenW;