C-705/25 Budapest Rendorfokapitany
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 2 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 19 februari 2026
Trefwoorden: forfaitaire boete, evenredigheidsbeginsel, tolheffingssysteem, afwezigheid van schuld overtreder
Onderwerp: Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van wegeninfrastructuur aan voertuigen: Artikel 7, lid 1 artikel 9, lid 1 bis.
Verzoeker had voorafgaand aan het tolgebruik een trajectticket via het Simple Pay-systeem gekocht, maar door een technische storing van het tolheffingssysteem ging de geldigheid van het ticket pas later in dan het tijdstip waarop het tolgebruik begon. Op grond van de Hongaarse regelgeving werd een forfaitaire boete opgelegd, zonder mogelijkheid tot verlaging of individuele beoordeling. De nationale sanctieregeling differentieert uitsluitend op basis van voertuigcategorie en het aantal vaststellingen van niet-toegestaan weggebruik en houdt geen rekening met omstandigheden waarin de overtreding het gevolg is van omstandigheden buiten de schuld van de overtreder of geringe ernst van de overtreding. De verwijzende rechter vraagt het Hof of een sanctiestelsel dat geen individuele aanpassing van de boete toestaat, en het opleggen van een boete in een situatie waarin de tol vooraf is betaald maar de geldigheid van het trajectticket door een technische storing pas later is ingegaan, verenigbaar is met het Unierecht.
Prejudiciële vragen: 1. Moet artikel 9 bis van richtlijn 1999/62 aldus worden uitgelegd dat het daarin neergelegde evenredigheidsvereiste zich verzet tegen een sanctieregeling die voor elke overtreding van de regels inzake de verplichting om vooraf tol te betalen voor het gebruik van wegeninfrastructuur, voorziet in de oplegging van een geldboete waarvan de hoogte uitsluitend afhangt van de voertuigcategorie en het aantal gevallen waarin niet-toegestaan weggebruik is geconstateerd, ongeacht de aard en de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder, zonder dat de nationale rechter het bedrag van de boete kan verlagen? 2. Moet artikel 9 bis van richtlijn 1999/62 aldus worden uitgelegd dat het daarin neergelegde evenredigheidsvereiste zich verzet tegen een sanctieregeling die bij de oplegging van de boete geen rekening houdt met het feit dat de tol vóór het gebruik van de weg is betaald, maar de geldigheid van het trajectticket wegens een technische storing van het tolsysteem pas na aanvang van het gebruik van de weg is ingegaan?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-497/15 en C-498/15 Euro-Team Kft. en Spirál-Gép Kft.; C-384/17 Link Logistik N&N; C-61/23 Ekostroy.
Specifiek beleidsterrein: JenV; IenW