C-713/25 Suomen Elintarviketyolaisten Liitto
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 21 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 7 maart 2026
Trefwoorden: eenmalige bijzondere uitkering, gelijke behandeling man en vrouw in arbeid en beroep
Onderwerp: VWEU: artikel 157; Handvest van de grondrechten: artikelen 21 en 23; Richtlijn 2006/54/EG betreffende gelijke kansen en behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep: artikel 4 en artikel 14, lid 1, onder c; Richtlijn 2019/1158/EU betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers: artikel 10, lid 2.
Deze zaak gaat over een bijzondere eenmalige uitkering die op basis van een cao-regeling toegekend werd aan werknemers. De uitkering was onafhankelijk van verrichte arbeidsprestaties, maar werd alleen uitbetaald aan werknemers die op de betalingsdatum van de uitkering ook loon ontvingen. Onder andere werkneemsters die onbetaald zwangerschapsverlof of bijzonder zwangerschapsverlof hadden opgenomen kwamen door het loonbetalingsvereiste niet in aanmerking voor de uitkering. Werknemers die op deeltijdbasis werken kregen de uitkering naar evenredigheid betaald. Het doel van de voorwaarde van loonbetaling was het uitsluiten van langere afwezigheden op niet-discriminerende wijze. De vraag is nu vooral of de regeling in strijd is met Unierechtelijke bepalingen die discriminatie op grond van geslacht beogen te voorkomen.
Prejudiciële vragen: 1) Moeten artikel 157 VWEU, de artikelen 21 en 23 van het Handvest, artikel 4, artikel 14, lid 1, onder c), en artikel 15 van richtlijn 2006/54 alsook artikel 10, lid 2, van richtlijn 2019/1158 aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een cao-regeling volgens welke een in deze cao overeengekomen eenmalige bijzondere uitkering uitsluitend wordt toegekend aan werknemers die op de datum van deze eenmalige betaling loon ontvangen, zodat werknemers die op deze datum met onbetaald zwangerschapsverlof, bijzonder zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof of kinderopvangverlof zijn, van de toekenning van deze bijzondere uitkering zijn uitgesloten? 2) Moeten de bovengenoemde voorschriften en bepalingen aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een cao-regeling volgens welke een in deze cao overeengekomen eenmalige bijzondere uitkering aan werknemers met deeltijds ouderschaps- of kinderopvangverlof wordt betaald naar evenredigheid van de verrichte arbeidstijd, dat wil zeggen op grond van dezelfde beginselen als die welke gelden voor andere deeltijdse werknemers?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-335-15; C-342/93; C-147/02; C-333/97; C-486/18 Praxair MRC; C-147/08; C-267/12 Hay; C-143/16 Abercrombie & Fitch Italia; C-451/16 Geslachtsverandering en ouderdomspensioen; C-193/17 Cresco Investigation; C-49/18 Escribano Vindel; C-16/19 Szpital Kliniczny im. dra J. Babińskiego Samodzielny Publiczny Zakład Opieki Zdrowotnej w Krakowie; C-116/08; C-512/11 en C-513/11 TSN; C-588/12 Lyreco Belgium; C-537/07.
Specifiek beleidsterrein: SZW