C-784/25 Elaketurvakeskus

Contentverzamelaar

C-784/25 Elaketurvakeskus

Prejudiciële hofzaak   

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     4 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     21 maart 2026

Trefwoorden: sociaalzekerheidsstelsel, eerlijke procesgang, A1-verklaring, kwalificatie ambtenaar

Onderwerp: Verordening 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels: Artikel 16, lid 2, artikel 19, lid 2, artikel 5, lid 1; Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels: Artikel 1, onder d, artikel 11, lid 1, artikel 11, lid 3, onder b, artikel 13, lid 4. 

A woont in Finland en werkte in 2021 voor universiteiten in meerdere landen, waaronder Finland en Noorwegen. A vraagt bij het Finse Pensioenfonds een A1-verklaring waaruit zou blijken dat het Finse socialezekerheidsstelsel op hem van toepassing was. Het Finse pensioenfonds meende dat op de werkzaamheden bij de Noorse universiteit, het Noorse socialezekerheidsstelsel van toepassing was en stuurde het verzoek om een A1-verklaring door aan de Noorse instantie NAV. NAV heeft een A1-verklaring afgegeven waarin werd bevestigd dat A een Noorse ambtenaar waardoor hij onder de Noorse socialezekerheidsstelsel viel. A maakte bezwaar bij NAV tegen de kwalificatie ‘Noorse ambtenaar’. NAV verwees de zaak terug naar het Finse pensioenfonds, die de afgifte van een A1-verklaring weigerde. A maakte bezwaar bij de Finse bezwaarcommissie, die het bezwaar afwees en het standpunt van de NAV bevestigde. A ging hiertegen in beroep bij de verwijzende rechter en stelde dat de NAV onjuiste informatie had verstrekt en dat hij geen eerlijke procesgang had gehad omdat geen onafhankelijke Noorse of Finse rechter had kunnen oordelen over zijn juridische status. De Finse rechter vraagt het Hof om uitleg over de bindendheid van de A1-verklaring.


Prejudiciële vragen: 
1. De Noorse socialezekerheidsinstantie in eerste aanleg (NAV) heeft aan A een A1-verklaring afgegeven waarin wordt vastgesteld dat A van 1 januari tot en met 31 december 2021 op grond van een overeenkomst voor bepaalde tijd aan een Noorse universiteit in de zin van artikel 1, onder d), van verordening (EG) nr. 883/2004 als Noorse ambtenaar werkzaam was. Is de door de NAV afgegeven A1-verklaring voor de Finse socialezekerheidsinstanties, met inbegrip van de Vakuutusoikeus, bindend, hoewel de NAV in Noorwegen geen voor beroep vatbare beslissing in deze zaak heeft genomen, maar de beslissingsbevoegdheid over de vraag welke nationale socialezekerheidswetgeving op A van toepassing is, aan de bevoegde Finse instantie, te weten het Finse pensioenfonds, heeft overgelaten? 
2. Is het voor het antwoord op de eerste vraag van belang dat A, indien de Finse socialezekerheidsinstanties aan het standpunt van de NAV en de door haar afgegeven A1-verklaring gebonden zijn, noch in Noorwegen, noch in Finland een beslissing over zijn hoedanigheid als ambtenaar en bijgevolg over de geldigheid van de door de NAV afgegeven A1-verklaring van een onafhankelijke rechterlijke instantie verkrijgt, hoewel de procedurevoorschriften voor het instellen van rechtsmiddelen naar behoren zijn nageleefd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-296/09 

Specifiek beleidsterrein: SZW; JenV