C-864/25 Asirom Vienna Insurance Group e.a.
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 2 maart 2026 Schriftelijke opmerkingen: 16 april 2026
Trefwoorden: verzekeringsmaatschappijen, verzekeringspremies, prijscontrolesysteem, premieplafonds
Onderwerp: Richtlijn 2009/138 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II): Artikelen 21, 154 en 181; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: artikel 16.
In november 2016 heeft de Roemeense regering via een regeringsbesluit een plafond vastgesteld voor een termijn van 6 maanden voor de premietarieven van de WA-verzekeringen. Dit besluit is enkel van toepassing voor contracten die na de inwerkingtreding van het besluit zijn gesloten. Diverse verzekeringsmaatschappijen (hierna: verzoekers) zijn het hier niet mee eens en hebben bij de verwijzende rechter een verzoek tot nietigverklaring van het besluit ingediend. Verzoekers stelden dat op grond van de richtlijn 2009/138 lidstaten niet bevoegd zijn om maximale premietarieven vast te stellen tenzij er sprake is van een algemeen prijscontrolesysteem. Als gevolg hiervan, stelt de verwijzende rechter vragen aan het Hof over de reikwijdte van richtlijn 2009/138.
Prejudiciële vragen: 1. Moet artikel 21 van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) aldus worden uitgelegd dat een maatregel zoals die welke is vastgesteld bij regeringsbesluit nr. 826/2016, waarbij per voertuigcategorie maximale premietarieven worden vastgesteld voor de verplichte motorrijtuigenverzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid voor aan derden toegebrachte schade als gevolg van motorvoertuig- en tramongevallen, kan worden geacht deel uit te maken van een algemeen prijscontrolesysteem?
2. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, moeten de artikelen 21, 154 en 181 van richtlijn [2009/138] dan aldus worden uitgelegd dat de lidstaten bij gebreke van een algemeen prijscontrolesysteem over een beoordelingsmarge beschikken met betrekking tot de noodzaak/wenselijkheid om maatregelen in te voeren waarbij verplichte plafonds worden vastgesteld voor de tarieven van de verplichte motorrijtuigenverzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid?
3. Indien de eerste vraag bevestigend moet worden beantwoord, vormt een maatregel zoals die welke is vastgesteld bij regeringsbesluit nr. 826/2016 betreffende de vaststelling van de maximale premietarieven die moeten worden toegepast door verzekeringsmaatschappijen die aanbieders zijn van de verplichte motorrijtuigenverzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid voor aan derden toegebrachte schade als gevolg van motorvoertuig- en tramongevallen, dan een inbreuk op de economische vrijheid op de verzekeringsmarkt, gelet op het bepaalde in artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-59/01 Commissie/Italië.
Specifiek beleidsterrein: FIN