T-915/25 Fundacja K.
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 24 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 10 april 2026
Trefwoorden: btw-vrijstelling voor culturele diensten Onderwerp: Richtlijn 2006/112 (BTW): artikel 132, lid 1.
Verzoeker Fundacja is een stichting die culturele activiteiten verricht, waaronder het tentoonstellen van de werken van J.C. Ter discussie staat of de handelingen die worden verricht bij het verlenen van sublicenties op de auteursrechten, onder ‘culturele activiteiten’ vallen en daarmee vrijgesteld zijn van btw. De verwijzende rechter vraagt daarom om uitleg van het begrip ‘culturele dienst’ in de zin van artikel 132, lid 1, onder n), van richtlijn 2006/112.
Prejudiciële vraag: Moet artikel 132, lid 1, onder n), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1, zoals gewijzigd; hierna: „richtlijn 2006/112”) aldus worden uitgelegd dat de uitdrukking „bepaalde culturele diensten” tevens betrekking heeft op de verlening van een sublicentie op auteursrechten, die onder meer recht geeft om de werken van de auteur te bewerken met de bedoeling een nieuw werk of een cultureel evenement te scheppen, alsook om fragmenten van de werken van de auteur te gebruiken op de verpakking van handelsproducten, bij de inrichting van ruimten voor commerciële evenementen, of in de reclame voor en de promotie van handelsproducten en commerciële evenementen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-592/15 British Film Institute.
Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal