Cultuurbeleid

Op deze pagina:

Inleiding

Op deze ECER-pagina vindt u een overzicht van de EU-wetgeving die op het gebied van cultuur is vastgesteld. Een aantal initiatieven op EU-niveau staan open voor deelname door de lidstaten, maar leggen geen verplichting op om deel te nemen.

Creatief Europa

De EU heeft het programma Creatief Europa vastgesteld ter ondersteuning van de Europese culturele en creatieve sectoren (verordening 1295/2013). Het programma staat open voor deelname door de lidstaten. Onder bepaalde voorwaarden kunnen toetredende landen, (potentiële) kandidaat-lidstaten, landen die partij zijn bij de EER-overeenkomst, Zwitserland en de landen van het Europees Nabuurschapsbeleid deelnemen aan het programma. Het programma loopt van 1 januari 2014 tot 31 december 2020 en bestaat uit drie subprogrammas: Media, Cultuur en een grensoverschrijdend onderdeel.

Het subprogramma Media heeft onder meer tot doel om Europese en internationale co-producties te stimuleren, de transnationale verspreiding en vertoning van audiovisuele werken te bevorderen en bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe wijzen van distributie van media. Daarnaast moet het subprogramma Cultuur literaire vertalingen promoten en samenwerkingen tussen culturele en creatieve organisaties uit verschillende landen bevorderen. Het grensoverschrijdend onderdeel van het Creatief Europa-programma ziet onder meer op de oprichting van een garantiefaciliteit die financiering voor kleine en middengrote ondernemingen mogelijk maakt.

Naar boven

Bescherming van cultuurgoederen

Uitvoer van cultuurgoederen

Cultuurgoederen zijn voorwerpen die van belang zijn voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap. Voor de uitvoer van cultuurgoederen buiten het douanegebied van de EU is een uitvoervergunning nodig (verordening 116/2009). De persoon die de cultuurgoederen wil uitvoeren kan een vergunning aanvragen. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat kunnen een dergelijke vergunning verstrekken of weigeren. Een aanvraag kan worden geweigerd indien het cultuurgoed onder een regeling voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch bezit valt. Een door een lidstaat afgegeven uitvoervergunning is in de hele EU geldig.

Naar boven

Invoer van cultuurgoederen

In verordening 2019/880 zijn voorwaarden vastgesteld voor het binnenbrengen van cultuurgoederen en de voorwaarden en procedures voor de invoer van dergelijke goederen. De verordening probeert de illegale handel in cultuurgoederen te voorkomen. De bijlage bij de verordening verdeelt de goederen in drie groepen: deel A, deel B en deel C. In dit kader is het verboden om cultuurgoederen die in deel A worden genoemd in te voeren wanneer deze goederen op onrechtmatige wijze zijn verwijderd uit de landen waar zij ontdekt of vervaardigd zijn (artikel 3, lid 1, verordening 2019/880).

Voor cultuurgoederen die voorkomen in deel B van de bijlage is een invoervergunning nodig. Het gaat onder meer om voorwerpen die afkomstig zijn van archeologische opgravingen. Ook kan het gaan om delen van monumenten die tenminste 250 jaar oud zijn. De invoervergunning kan worden verleend door de lidstaat waar het cultuurgoed voor het eerst onder een douaneregeling is geplaatst (artikel 4, lid 1, verordening 2019/880). In plaats van een invoervergunning wordt een importeursverklaring vereist bij de invoer van cultuurgoederen die onder deel C van de bijlage vallen. De importeursverklaring moet de cultuurgoederen nauwkeurig omschrijven om controle door de autoriteiten mogelijk te maken. Tevens dient de importeursverklaring een verklaring van de importeur te bevatten dat de cultuurgoederen rechtmatig uit het derde land zijn uitgevoerd (artikel 5, leden 1 en 2, verordening 2019/880).

Naar boven

Teruggave van onrechtmatig verkregen cultuurgoederen

Cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht moet volgens de voorwaarden en procedures van richtlijn 2014/60 worden teruggegeven. Op grond van deze richtlijn moeten de lidstaten samenwerken. Een lidstaat kan op verzoek van een andere lidstaat onderzoek verrichten. Daarnaast dient een lidstaat andere lidstaten te informeren over cultuurgoederen die zich op zijn grondgebied bevinden en die onrechtmatig uit andere lidstaten zijn verwijderd.

Een lidstaat die ontdekt dat een op onrechtmatige wijze ontrokken cultuurgoed zich in een andere lidstaat bevindt kan een vordering tot teruggave instellen bij de rechtbank van de lidstaat waar het cultuurgoed zich bevindt. De vordering wordt ingesteld tegen de bezitter of de houder van het cultuurgoed. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het cultuurgoed zich bevindt moeten ook op de hoogte worden gesteld van de ingestelde vordering.

Naar boven

Europees erfgoedlabel

Het Europees erfgoedlabel wordt toegekend aan plaatsen in de EU die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Europese geschiedenis, de Europese cultuur en de Europese integratie (Besluit 1194/2011). De lidstaten kunnen zelf beslissen of ze deel willen nemen aan het Europees erfgoedlabel. Nederland doet wel mee. Onder meer het Vredespaleis in Den Haag, kamp Westbork en het Verdrag van Maastricht hebben een Europees erfgoedlabel gekregen. In Besluit 1194/2011 zijn de criteria en de procedures voor het verkrijgen van een Europees erfgoedlabel neergelegd.

Naar boven

Culturele hoofdstad van Europa

Elk jaar worden twee steden in twee verschillende lidstaten aangewezen als culturele hoofdsteden van Europa. Van tevoren wordt vastgesteld welke lidstaten voor een bepaald jaar een culturele hoofdstad mogen aanwijzen en vervolgens wordt er vaak een nationale competitie gehouden. Het voor het voetlicht brengen van de rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen vormt één van de doelstellingen van het aanwijzen van culturele hoofdsteden. Ook moet het evenement 'Culturele hoofdstad van Europa' bijdragen aan groter wederzijds begrip tussen EU-burgers.

In veel gevallen wordt de titel van culturele hoofdstad van Europa niet alleen gebruikt om culturele uitingen te bevorderen, maar ook om de stad in meer algemene zin op de kaart te zetten. In Besluit 445/2014 ​​​​​​​zijn de regels van het evenement Culturele hoofdstad van Europa voor de periode 2020-2033 neergelegd.

  • Besluit 1419/1999 tot vaststelling van het evenement Culturele hoofdstad van Europa (2005-2019)

Naar boven

Europese archieven

De Raad heeft de lidstaten aanbevolen om een Europese Archiefgroep in het leven te roepen (Aanbeveling 2005/835). Deze archiefgroep bestaat uit door de lidstaten en de instellingen van de EU aangewezen deskundigen. De Europese archiefgroep moet de samenwerking en de coördinatie tussen archieven bevorderen. Daarnaast bepaalt aanbeveling 2005/835 dat de lidstaten zich moeten inzettten voor het behoud van archieven en het voorkomen van beschadiging daarvan. Ook beveelt de Raad aan om maatregelen aan te nemen ter voorkoming van diefstal van archiefdocumenten.

Naar boven

UNESCO-cultuurverdrag

Het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen (2005) heeft onder meer tot doel om de voorwaarden te scheppen waardoor culturen met elkaar in wisselwerking kunnen staan en elkaar wederzijds kunnen verrijken. Daarnaast moet op grond van het verdrag de dialoog tussen culturen worden aangemoedigd om het intercultureel respect te bevorderen. Tevens moeten de verdragspartijen zich inzetten voor het versterken van de bewustwording van de culturele diversiteit op lokaal, nationaal en internationaal niveau. De EU is ook partij bij het UNESCO-cultuurverdrag (Besluit 2006/515).  

Naar boven