Horizon Europa

Op deze pagina:

Inleiding

De EU is bevoegd om een meerjarenkaderprogramma vast te stellen. In dit meerjarenkaderprogramma zijn de activiteiten van de EU op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling opgenomen. Artikel 180 EU-Werkingsverdrag bepaalt welke activiteiten de EU mag ondernemen. Het gaat onder meer om de tenuitvoerlegging van programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. Daarnaast kan de EU regels vaststellen voor de verspreiding en de exploitatie van de resultaten van onderzoeken, technologische ontwikkelingen en demonstraties. Verder kan de EU bijdragen aan het stimuleren van de opleiding en de mobiliteit van onderzoekers in de EU.  

In het meerjarenkaderprogramma wordt nadere invulling gegeven aan de activiteiten die de EU op grond van artikel 180 EU-Werkingsverdrag mag ondernemen. In het meerjarenkaderprogramma worden de doelstellingen alsmede de daarmee samenhangende prioriteiten van de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling vastgesteld. Daarnaast worden de grote lijnen van deze activiteiten aangegeven. Ook worden in het kaderprogramma het totale maximumbedrag van en nadere regels voor de financiële deelneming van de EU aan het meerjarenkaderprogramma vastgesteld. Tenslotte geeft het kaderprogramma een overzicht van de deelbedragen die voor elk van de afzonderlijke activiteiten beschikbaar is (artikel 182, lid 1, EU-Werkingsverdrag). 

Het meerjarenkaderprogramma wordt voor een periode van zeven jaar vastgesteld. Voor de periode 2014-2020 heeft de EU het Horizon Europa-programma aangenomen (verordening 1291/2013). Hoewel het meerjarenkaderprogramma voor een periode van zeven jaar wordt vastgesteld, kan het programma naar gelang van de ontwikkelingen van de situatie worden aangepast of aangevuld (artikel 182, lid 2, EU-Werkingsverdrag). 

Naar boven

Horizon Europa

Doelstelling

De algemene doelstelling van het Horizon Europa 2020-programma (hierna: Horizon 2020) is het leveren van een bijdrage aan de opbouw van een samenleving en een economie die op kennis en innovatie berusten. Deze doelstelling wordt bereikt door aanvullende financiering voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie aan te trekken. De EU heeft als streefcijfer om 3% van het bruto binnenlands product van de hele EU beschikbaar te hebben voor onderzoek en technologische ontwikkeling (artikel 5, lid 1, verordening 1291/2013). 

Naar boven

Prioriteiten

De hierboven benoemde algemene doelstelling wordt door middel van drie prioriteiten verwezenlijkt.  De eerste prioriteit is de totstandbrenging van excellente wetenschap. In dit verband stelt de Europese Onderzoeksraad financiering beschikbaar aan veelbelovende en baanbrekende wetenschappelijke onderzoeken. De tweede prioriteit is industrieel leiderschap, waarmee innovatie in het bedrijfsleven wordt ondersteund. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan de financiering van innovatieprojecten waaraan een groot financieel risico is verbonden. De laatste prioriteit richt zich op maatschappelijke uitdagingen. Het gaat onder meer om financiering van onderzoek naar schone energie en de voedselzekerheid. 

Naar boven

Specifieke programma's

Het meerjarenkaderprogramma (Horizon 2020) wordt ten uitvoer gelegd door middel van specifieke programma's (artikel 182, leden 3 en 4, EU-Werkingsverdrag). In elk specifiek programma worden bepalingen vastgesteld voor de uitvoering, de looptijd en de noodzakelijk geachte middelen van de onderdelen van het programma. Het specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020 is in Besluit 2013/743 neergelegd. 

Naar boven