Onderzoek en technologie: inleiding en inhoudsopgave

Dit ECER-dossier wordt momenteel bewerkt. Daardoor kan de informatie onvolledig of onjuist zijn.  Onze excuses voor het ongemak. 

Op deze pagina:

Inleiding

De EU heeft tot doel om een Europese onderzoeksruimte tot stand te brengen. Onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën moeten vrij binnen deze ruimte kunnen circuleren. Ook moet de Europese onderzoeksruimte bijdragen aan de ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Europese industrie. Daarnaast dient de Europese onderzoeksruimte de onderzoeksactiviteiten binnen de EU te bevorderen (artikel 179, lid 1, EU-Werkingsverdrag).

Om de Europese onderzoeksruimte tot stand te brengen stimuleert de EU ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten bij hun inspanningen op het gebied van hoogwaardig onderzoek en hoogwaardige technologische ontwikkeling. Ook moet de EU de onderlinge (grensoverschrijdende) samenwerking tussen verschillende partijen bevorderen. Deze samenwerking wordt onder meer bevorderd door de openstelling van nationale overheidsopdrachten, maar ook door de vaststelling van gemeenschappelijke normen en de opheffing van wettelijke en fiscale belemmeringen (artikel 179, lid 2, EU-Werkingsverdrag). 

De EU is bevoegd om op het gebied van onderzoek en technologie maatregelen vast te stellen. Het gaat met name om de vaststelling van programma's en de uitvoering van die programma's. De uitoefening van de EU van haar bevoegdheden belet de lidstaten echter niet om hun eigen bevoegdheid weer uit te oefenen (artikel 4, lid 3, EU-Werkingsverdrag). De lidstaten en de EU moeten hun activiteiten wel coördineren, teneinde de wederzijdse samenhang van het beleid te verzekeren. De Commissie kan in dit verband alle initiatieven nemen om de onderlinge coõrdinatie te bevorderen (artikel 181, EU-Werkingsverdrag). 

Naar boven

Inhoudsopgave

Naar boven