Andere delicten

Andere delicten

Op deze pagina:

Inleiding

Op deze pagina worden minimumvoorschriften voor strafbare delicten beschreven die niet als een vorm van zware criminaliteit in de zin van artikel 83, lid 1, tweede alinea, EU-Werkingsverdrag worden beschouwd.

Immigratie

Hulpverlening

Artikel 79, lid 2, aanhef en onder c, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU maatregelen kan vaststellen met betrekking tot illegale immigratie en illegaal verblijf. Richtlijn 2002/90 heeft betrekking op de strafbaarstelling van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf van derdelanders. In artikel 3 van richtlijn 2002/90 staat dat de sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn. Deze open norm is in Kaderbesluit 2002/946/JBZ nader uitgewerkt. Artikel 1, lid 2 van het kaderbesluit bepaalt dat de volgende sancties kunnen worden opgelegd:

  • inbeslagname van het vervoermiddel dat bij het plegen van het strafbaar feit werd gebruikt
  • een verbod om rechtstreeks of via een tussenpersoon het beroep uit te oefenen waarbinnen het strafbaar feit is gepleegd
  • uitzetting

Op 12 december 2000 heeft de Algemene vergadering van de Verenigde Naties het VN-protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht vastgesteld. De EU heeft dit VN-protocol goedgekeurd op grond van Besluit 2006/616/EG en Besluit 2006/617/EG. De EU is slechts partij bij het VN-protocol voor zover de bepalingen van het VN-protocol onder haar bevoegdheden valt.

  • Richtsnoeren van de Commissie voor de uitvoering van EU-regels inzake de omschrijving en bestrijding van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf 

Naar boven

Tewerkstelling

Richtlijn 2009/52 verbiedt de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. De richtlijn verplicht de lidstaten om sancties op te leggen aan werkgevers die illegale derdelanders toch laten werken. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan financiële sancties (artikel 5 van de richtlijn). Ook is het mogelijk dat de werkgever de illegaal verblijvende derdelander alsnog het resterende loon moet betalen (artikel 6 van de richtlijn). Tenslotte moeten de lidstaten andere maatregelen die het tewerkstellen van illegale onderdanen van derde landen minder aantrekkelijk maakt. Bijvoorbeeld door een vestiging van een werkgever, waar de derdelander illegaal te werk werd gesteld, tijdelijk of definitief te sluiten (artikel 7 van de richtlijn).

Naar boven

Milieu

Artikel 191, lid 1, aanhef en eerste streepje, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat het beleid van de EU moet bijdragen aan het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu. Daarnaast bepaalt artikel 192, eerste alinea, EU-Werkingsverdrag onder meer dat het milieubeleid gegrond is op het voorzorgsbeginsel en dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Om bij te dragen aan de bescherming van het milieu heeft de EU-wetgever richtlijn 2008/99 vastgesteld.

Richtlijn 2008/99 geeft een opsomming van handelingen die door de lidstaten strafbaar moeten worden gesteld (artikel 3 van de richtlijn). Het gaat onder meer om het lozen of uitstoten van een hoeveelheid materie of straling in de lucht, het grond of het water. Een ander voorbeeld is het verbod op het gebruik of de (door)verkoop van ozonafbrekende stoffen.

  • ECER-bericht - Europese Commissie stelt nieuwe regels voor om de strijd tegen milieucriminaliteit op te voeren (20 december 2021)

Naar boven

Racisme en vreemdelingenhaat

Artikel 67, lid 3, EU-Werkingsverdrag bepaalt onder meer dat de EU een hoog niveau van bescherming moet nastreven, onder meer op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat. Kaderbesluit 2008/913/JZ heeft betrekking op de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. In dat kader verplicht artikel 1 van het kaderbesluit de lidstaten ertoe om bepaalde opzettelijke gedragingen strafbaar te stellen. De lidstaten moeten onder meer het aanzetten tot geweld of haat jegens een groep personen met een andere huidskleur, ras godsdienst, afstamming of etnische afkomst strafbaar stellen. Ook verplicht het kaderbesluit de lidstaten ertoe om de bagatellisering, verheerlijking en de ontkenning van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid strafbaar te stellen.

Naar boven