Luchtvaart

Op deze pagina:

Inleiding

Artikel 100, lid 2, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU passende bepalingen kan vaststellen voor de luchtvaart. Een efficiënt luchtvervoerssysteem draagt bij aan een veilige en reguliere uitvoering van luchtvaartdiensten binnen de EU en bevordert daardoor tevens het vrij verkeer van goederen, personen en diensten. De bepalingen inzake het luchtvervoer moeten onder meer in overeenstemming zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (1944) en het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart (1960) (EUROCONTROL).

Naar boven

Gemeenschappelijk Europees Luchtruim (SES)

Het initiatief voor een Gemeenschappelijk Europees Luchtruim (SES: Single European Sky) werd in 1999 genomen om de prestaties van het luchtverkeersbeheer en de luchtvaartnavigatiediensten te verbeteren. In 2004 zijn vier verordeningen vastgesteld op grond waarvan een gemeenschappelijk luchtruim in de EU tot stand is gebracht.

De verordeningen geven een geharmoniseerd regelgevend kader voor de totstandkoming van het gemeenschappelijk luchtruim (verordening 549/2004), alsmede regels op het gebied van de organisatie en het gebruik van het luchtruim (verordening 551/2004). Verder zijn er regels vastgesteld omtrent de verlening van luchtvaartnavigatiediensten (verordening 550/2004). Bij luchtvaartnavigatiediensten gaat het onder meer om luchtverkeersleidingsdiensten en luchtvaartinlichtingendiensten. Tenslotte werden voorschriften vastgesteld over hoe de luchtverkeersleidingsorganisaties binnen het SES moesten samenwerken (verordening 552/2004), maar deze verordening is in 2018 ingetrokken (artikel 139, lid 2, richtlijn 2018/1139).

De bovenstaande verordeningen zijn in 2009 gedeeltelijk gewijzigd (verordening 1070/2009). In deze verordening zijn aanvullende maatregelen opgenomen om met name de prestaties van het Europese luchtvaartsysteem op het gebied van het milieu, de capaciteit en de kostenefficiëntie te verbeteren.

Naar boven

Regeling van luchtverkeersstromen

Het regelen van luchtverkeersstromen heeft tot doel om een overbelasting van luchthavens en de luchtverkeersleiding te voorkomen. Elke luchthaven en luchtverkeersleidingeenheid heeft een beperkte capaciteit. Indien deze capaciteit wordt overschreden kunnen er ATFM-maatregelen (Air Traffic Flow Management) worden genomen (verordening 255/2010). Een voorbeeld van een ATFM-maatregel is het uitstellen van het vertrektijdstip van een vliegtuig.

Op grond van verordening 255/2010 zijn exploitanten van een luchtvaartuig verplicht om een vliegplan op te stellen. Het vliegplan moet een exacte weergave van het vluchtprofiel inhouden (artikel 7). In elke lidstaat is een centrale ATFM-eenheid aanwezig. Deze centrale ATFM-eenheid kan onder meer besluiten om het vliegplan op te schorten of voorstellen doen voor alternatieve routes (artikel 5).

Naar boven

Veiligheid van de burgerluchtvaart

In verordening 2018/1139 is de EU-veiligheidswetgeving voor de burgerlijke luchtvaart neergelegd. Op grond van deze verordening moeten luchtvaartuigen voldoen aan bepaalde voorwaarden inzake luchtwaardigheid (artikel 9, lid 1, verordening 2018/1139). Ook geeft verordening 2018/1139 onder meer voorschriften inzake de eisen die aan piloten en cabinepersoneel mogen worden gesteld (artikel 20), de eisen die worden gesteld aan het uitvoeren van een vlucht met een luchtvaartuig (artikel 29), de wijze waarop luchtvaartterreinen dienen te worden beheerd (artikel 33) en de vereisten voor het uitoefenen van het beroep van luchtverkeersleider (artikel 48).

In verordening 300/2008 zijn regels vastgesteld voor de bescherming van de luchtvaart tegen strafbare handelingen. De voorganger van deze verordening werd vastgesteld na de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001. Het gaat onder meer om basisnormen inzake beveiligingsonderzoeken van passagiers en handbagage, de beveiliging van luchthavens en preventief onderzoek van luchtvaartuigen, post en vracht.

Op grond van verordening 376/2014 moeten incidenten die een luchtvaartuig, de inzittenden, andere personen of de voor de vluchtuitvoering relevante uitrusting of installaties in gevaar zouden kunnen brengen, worden gemeld. Het gaat daarbij onder meer om voorvallen met betrekking tot de vluchtuitvoering (o.a. botsingen en voorvallen tijdens de vlucht), technische voorschriften (o.a. constructiefouten en storingen), bijna-botsingen, potentiële botsingen of problemen in verband met de afhandeling van passagiers, bagage, vracht en post.

Naar boven

Toegang tot luchtvaartdiensten

Exploitatie van luchtdiensten

Een in de EU gevestigde onderneming mag geen passagiers, post en/of vracht tegen vergoeding vervoeren, tenzij de onderneming over een exploitatievergunning beschikt (artikel 3, verordening 1008/2008). In verordening 1008/2008 zijn voorwaarden neergelegd voor de afgifte van een dergelijke vergunning. Daarnaast bepaalt de verordening dat luchtvaartmaatschappijen binnen de EU toegang moeten kunnen hebben tot vluchtroutes en deze routes moeten kunnen exploiteren (artikel 15, lid 1).

In verordening 2111/2005 zijn regels vastgesteld inzake het opstellen en openbaar maken van een EU-lijst van luchtvaartmaatschappijen die een exploitatieverbod binnen de EU hebben. Deze luchtvaartmaatschappijen mogen geen luchtdiensten exploiteren binnen de EU. De verordening vereist dat de informatie over exploitatieverboden duidelijk aan reizigers bekend wordt gemaakt.

  • ECER-bericht: Geen discriminatie van EU-carriers bij luchtvervoer vanuit derde landen (19 maart 2014)

Naar boven

Grondafhandelingsdiensten

De lidstaten van de EU moeten verleners van grondafhandelingsdiensten de vrije toegang tot de markt voor de verlening van grondafhandelingsdiensten verzekeren (richtlijn 96/67). Voorbeelden van grondafhandelingsdiensten zijn het assisteren bij het taxiën van vliegtuigen, het schoonmaken en het bijtanken van vliegtuigen en het verlenen van bagagediensten. De richtlijn is slechts van toepassing op EU-luchthavens die voor het commerciële vliegverkeer zijn opengesteld en een jaarlijkse verkeersomvang van ten minste 2 miljoen passagiersbewegingen of 50.000 ton vracht hebben.

Naar boven

Toewijzen van slots

Een slot is een tijdsperiode waarbinnen een vliegtuig mag opstijgen of landen op een luchthaven. In verband met capaciteitsschaarste kan worden besloten tot het verdelen van slots op luchthavens. Verordening 95/93 bevat criteria om een luchthaven aan te wijzen als gecoördineerde luchthaven of als luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen.

Een gecoördineerde luchthaven is een luchthaven waar de vraag de capaciteit van de luchthaven overschrijdt en waarop een luchtvaartmaatschappij over een slot moet beschikken om te kunnen landen en opstijgen. Daarnaast is een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen een luchthaven waar tijdens sommige periodes de vraag de capaciteit van de luchthaven kan overschrijden. Bij zo'n luchthaven wordt een bemiddelaar inzake de dienstregelingen aangesteld.

Verordening 95/93 geeft voorschriften inzake de aanstelling van een coördinator of bemiddelaar. Ook bepaalt de verordening dat de bevoegde autoriteiten twee maal per jaar de beschikbare slotcapaciteit op de luchthavens moeten vaststellen (winter en zomer). Tevens beschrijft de verordening de procedure voor de toewijzing van slots op luchthavens aan luchtvaartmaatschappijen.

Naar boven

Rechten van passagiers

In verordening 261/2004 zijn gemeenschappelijke regels neergelegd voor compensatie en hulp aan reizigers in het geval ze tegen hun wil het instappen wordt geweigerd, hun vlucht is vertraagd of de vlucht in zijn geheel is geannuleerd. De verordening is van toepassing op passagiers die vanaf een luchthaven in de EU vertrekken. Daarnaast is de verordening van toepassing op passagiers die vanaf een luchthaven in een derde land vertrekken, maar door een luchtvaartmaatschappij uit de EU naar een luchthaven in een EU-lidstaat worden gebracht.

Het is luchtvaartmaatschappijen verboden om reserveringen door of het instappen van passagiers met een beperkte mobiliteit of handicap te weigeren (artikel 3 van verordening 1107/2006). Uitzonderingen zijn slechts toegestaan wanneer dit noodzakelijk is om te voldoen aan veiligheidseisen of wanneer de grootte van het vliegtuig of de deuren het instappen of het vervoeren van personen met een beperkte mobiliteit of handicap fysiek onmogelijk maakt (artikel 4, lid 1, onder a en b, verordening 1107/2006). Tevens moeten personen met een beperkte mobiliteit of handicap gratis bijstand kunnen ontvangen op luchthavens en aan boord van een vliegtuig (artikelen 7 en 10, verordening 1107/2006).

Naar boven

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieubescherming in de luchtvaart binnen de EU (verordening 2018/1139). Het EASA is onder meer belast met de harmonisering van de regelgeving en certificering, het opstellen van technische luchtvaartvoorschriften en de erkenning van bedrijven die luchtvaartproducten ontwerpen, vervaardigen en onderhouden. Daarnaast zet het EASA zich in voor de bevordering van Europese en wereldwijde veiligheidsnormen.

Naar boven

Nadere regelgeving inzake luchtvaart