Toepassingsgebied en reikwijdte van het Handvest

Toepassingsgebied en reikwijdte van het Handvest

Op deze pagina:

Toepassingsgebied

De bepalingen van het Handvest zijn gericht tot de instellingen, organen en instanties van de Unie, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. Het Handvest is ook van toepassing op de lidstaten, maar uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen (artikel 51, lid 1). Het Handvest bevestigt met deze bepaling de rechtspraak van het Hof dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten moeten worden geëerbiedigd wanneer een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, zodat er geen gevallen kunnen zijn waarin het Unierecht geldt zonder dat die grondrechten toepassing vinden.

Wanneer het Unierecht toepasselijk is, impliceert dit dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten toepassing vinden. Deze uitleg omvat ook de situaties waarin een lidstaat wil afwijken van het EU-recht, bijvoorbeeld in het kader van het vrije verkeer om redenen van openbare orde of het algemeen belang. Op deze situatie wordt ook gewezen in de toelichting bij het Handvest.

Ten slotte is er nog een situatie waarin een lidstaat bij een nationaal optreden op een andere manier kan raken aan EU-recht en het Handvest van toepassing kan zijn. In het arrest Akerberg heeft het EU-Hof bepaald dat het Handvest steeds van toepassing is wanneer een nationale regeling binnen de werkingssfeer van het EU-recht valt.

Het Handvest heeft niet tot gevolg dat de bevoegdheden en taken van de Unie worden uitgebreid of gewijzigd. Ook heeft het Handvest niet tot gevolg dat het toepassingsgebied van het recht van de Unie verder wordt uitgebreid. 

Tot slot moet hier worden gewezen op het arrest Melloni, waarin het EU-Hof heeft bepaald dat in bepaalde gevallen het aanhouden van een lagere beschermingsgraad van EU-bepalingen voorrang kan hebben boven een hogere nationale beschermingsgraad.

Naar boven

Reikwijdte

Voor zover het Handvest rechten bevat die overeenkomen met rechten uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) zijn de inhoud en reikwijdte ervan dezelfde als die door het EVRM daaraan worden toegekend. Het is echter wel mogelijk dat het recht van de Unie een ruimere bescherming biedt dan het EVRM (artikel 52, lid 3 Handvest). In de toelichting bij deze bepaling van het Handvest staat een opsomming van artikelen uit het Handvest met dezelfde inhoud en reikwijdte als daarmee corresponderende artikelen uit het EVRM. Ook bevat de toelichting een opsomming van de Handvest-artikelen met dezelfde inhoud, maar met een ruimere reikwijdte. Voor zover het Handvest grondrechten erkent zoals die voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben, moeten die rechten in overeenstemming met die tradities worden uitgelegd (artikel 52, lid 4 Handvest).

Rechten en vrijheden die in het Handvest zijn erkend, kunnen onder omstandigheden worden beperkt. Beperkingen op de uitoefening van de in het Handvest erkende rechten en vrijheden moeten bij wet worden gesteld en moeten de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen (artikel 52, lid 1 Handvest). Het evenredigheidsbeginsel moet hierbij in acht worden genomen. Dit betekent dat beperkingen alleen kunnen worden gesteld indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Naar boven