C-595/21 LSI – Germany 

Contentverzamelaar

C-595/21 LSI – Germany 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    19 november 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    5 januari 2022

Trefwoorden : begrip “benaming van het product”, levensmiddelen, voedselinformatie

Onderwerp :

-           Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 en tot intrekking van richtlijn 87/250/EEG, richtlijn 90/496/EEG, richtlijn 1999/10/EG, richtlijn 2000/13/EG, richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG, en verordening (EG) nr. 608/2004

-           Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn

-           Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Feiten:

Verzoekster produceert het product “BiFi The Original Turkey” en brengt het als voorverpakt levensmiddel via de detailhandel op de markt. Bij de productie worden palmvet en raadzaadolie gebruikt. “BiFi The Original” is een woord- en beeldmerk volgens het Duitse merkenrecht en een beeldmerk volgens het Unierecht. De instantie die toezicht houdt op levensmiddelen heeft op 7-1-2019 bij besluit bevolen dat het verzoekster verboden is het product onder de benaming “BiFi 100% Turkey” in de handel te brengen zonder de bij de productie gebruikte ingrediënten in de onmiddellijke nabijheid van de benaming van het product te vermelden in een specifiek bepaalde lettergrootte. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. Verzoekster heef de etikettering in het tweede kwartaal van 2019 gewijzigd. Sindsdien staat er in het hoofdgezichtsveld op de voorkant van de verpakking “BiFi The Original” en daarnaast of daaronder “Turkey”. Boven het woord “Turkey” staat een afbeelding van een kalkoen in het zwart. Op de achterzijde van het etiket wordt het levensmiddel telkens vóór de ingrediëntenlijst omschreven als “gevogelte-minisalami met palmvet en raapzaadolie”. De lettergrootten van “BiFi”, “The Original” en “Turkey” verschillen. “BiFi is het grootst geschreven en “The Original” het kleinst.

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter is het voor de concrete vormgeving van de etikettering overeenkomstig verordening 1169/2011 van belang hoe het begrip “benaming van het product” van die verordening moet worden uitgelegd. Verzoekster is van mening dat “benaming van het product” synoniem is met de benaming van levensmiddel. Volgens verweerster moeten deze rechtsbegrippen fundamenteel van elkaar worden onderscheiden. Volgens de bewoordingen zijn beide manieren mogelijk. Ook de systematiek van verordening 1169/2011 geeft naar het oordeel van de verwijzende rechter geen duidelijkheid. De overwegingen van de verordening bevatten geen specifieke uitspraken over de relevante punten, waardoor het moeilijk is om een uitspraak te doen over het doel en de strekking van de bepaling.

Prejudiciële vragen:

1) Moet het begrip „benaming van het product” in bijlage VI, deel A, punt 4, bij verordening (EU) nr. 1169/2011 aldus worden uitgelegd dat het synoniem is met de „benaming van het levensmiddel” in de zin van artikel 17, leden 1 tot en met 3, van verordening (EU) nr. 1169/2011?

2) Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:

Is de „benaming van het product” de benaming waaronder het levensmiddel in de handel en in reclame wordt aangeboden en waaronder het bij de consument algemeen bekend is, ook wanneer het niet de benaming van het levensmiddel is, maar de beschermde benaming, handelsnaam of fantasienaam in de zin van artikel 17, lid 4, van verordening (EU) nr. 1169/2011?

3) Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:

Kan de „benaming van het product” ook bestaan uit twee bestanddelen, waarvan het ene een merkenrechtelijk beschermde, niet met het afzonderlijke levensmiddel verband houdende soortnaam of overkoepelende term is, die ten aanzien van de afzonderlijke producten wordt aangevuld met een toevoeging die het product concretiseert (als tweede bestanddeel van de benaming van het product)?

4) Indien de derde vraag bevestigend wordt beantwoord:

Welk van de twee bestanddelen van de benaming van het product moet worden gebruikt voor de aanvullende vermeldingen overeenkomstig bijlage VI, deel A, punt 4, onder b), bij verordening (EU) nr. 1169/2011, indien de twee bestanddelen van de benaming van het product in verschillende grootten op de verpakking zijn afgedrukt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: VWS; LNV; EZK