C-709/25 Audi  

Contentverzamelaar

C-709/25 Audi  

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie [voor zover beschikbaar].

Termijnen: Motivering departement:     31 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     18 februari 2026

Trefwoorden: consumentenbescherming, aansprakelijkheid van motorfabrikant, voertuigfabrikant, emissiecontrole

Onderwerp: Richtlijn 2007/46/EG tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd: Overweging 3, artikelen 2, 3, 7, 18, 19, 28, 30, 46; Verordening [EG] 715/2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen [Euro 5 en Euro 6] en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie: Artikel 5, leden 1 en 2. 

Verzoeker, LS, heeft een tweedehands auto gekocht waarvan de ingebouwde motor door motorfabrikant Audi AG is geproduceerd. Audi AG is de dochteronderneming van de voertuigfabrikant. De ingebouwde motor is uitgerust met een verboden manipulatie instrument dat in strijd met het Unierecht emissiecontrole vermindert. Door de illegale manipulatie was de koopprijs van de auto 30% te hoog, waardoor LS schadevergoeding claimt. De motorfabrikant ontkent opzettelijke misleiding en beroept zich op het vertrouwen in de testautoriteit. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de bescherming van de individuele koper volgens het Unierecht ook geldt tegenover de motorfabrikant, wanneer deze motorfabrikant een dochteronderneming is van de voertuigfabrikant, terwijl formeel de voertuigfabrikant volgens de kaderrichtlijn 2007/46/EG verantwoordelijk is voor het certificaat van overeenstemming en de typegoedkeuring.

Prejudiciële vragen: 
Moeten de bepalingen van richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd [PB 2007, L 263, blz.1], gelezen in samenhang met artikel 5, lid 2, van verordening [EG] nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen [Euro 5 en Euro 6] en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie [PB 2007, L 171, blz. 1], in het licht van het arrest van 31 maart 2023, Mercedes Benz Group [C-100/21, EU:C:2023:229], aldus worden uitgelegd dat zij de bijzondere belangen van de individuele koper van een motorvoertuig tegenover de fabrikant van de in het voertuig ingebouwde motor beschermen wanneer deze motor door de fabrikant ervan is uitgerust met een verboden manipulatie-instrument als bedoeld in artikel 5, lid 2, van verordening nr. 715/2007, de voertuigfabrikant in de zin van artikel 3, punt 27, van richtlijn 2007/46 echter niet de fabrikant van de motor is, maar deze motorfabrikant een dochteronderneming is die volledig eigendom is van de voertuigfabrikant?

Aangehaalde [recente] jurisprudentie: C-751/24; C-666/23 Volkswagen [Droit à réparation adéquate]; C-100/21 Mercedes-Benz Group [Responsabilité des constructeurs de véhicules munis de dispositifs d’invalidation]. 

Specifiek beleidsterrein: EZ; IenW

Gerelateerde documenten