C-525/13 Van Den Broeck

Contentverzamelaar

Terug C-525/13 Van Den Broeck

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   26 november 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   12 december 2013
Schriftelijke opmerkingen:                   12 januari 2014
Trefwoorden: landbouw; steunregelingen; evenredigheid

Onderwerp
- Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen
Verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van 11 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het bij Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen;
- Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (enz)

Verzoekster heeft een landbouwbedrijf. Zij doet in mei 2003 een aanvraag voor het verkrijgen van premies onder andere voor bepaalde biologisch geteelde akkerbouwgewassen bij het Vlaams Gewest (verweerder). Daarbij doet zij tevens aangifte van braakliggen van ruim 10 ha. In januari 2004 ontvangt zij € 21.072,42. Daarbij wordt geen premie uitgekeerd voor een perceel (nr 104) waarop erwten worden verbouwd. In juni 2005 wordt het haar uitbetaalde bedrag in zijn geheel teruggevorderd op grond van de vaststelling dat de op perceel 104 verbouwde erwten niet premiegerechtigd waren (niet droog geoogst). De steunaanvraag zou volgens verweerder opzettelijk fouten bevatten zodat volgens Vo. 2419/2001 de gehele voor dat jaar toegekende premie moest worden geweigerd. Verzoekster betaalt niet terug zodat de inhouding plaatsvindt op het voorschot op de bedrijfstoeslag voor 2005. Zij dagvaart daarop verweerder en eist een verklaring dat er voor de oogst van de erwten wel een premie verschuldigd was.
In eerste aanleg oordeelt de rechter dat weliswaar geen premie voor de erwten verschuldigd is maar dat de beslissing tot terugvordering van het gehele bedrag onterecht genomen is.
In beroep oordeelt de rechter dat verzoekster haar steunaanvraag opzettelijk onregelmatig heeft ingediend. Dit zou echter niet totale uitsluiting van de landbouwpremie tot gevolg moeten hebben, maar alleen inhouding van de premie voor het betreffende perceel.

Voor de verwijzende BEL rechter (Hof van Cassatie) rijst de vraag waar de bepaling "het op grond van de betrokken steunregeling toe te kennen steunbedrag" op doelt. Hij legt de volgende vraag aan het HvJEU voor:
“"Moet artikel 33, lid 1, van de Verordening (EG) nr. 2419/2001 van de Commissie van 11 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het bij Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen zo worden uitgelegd dat de weigering, voor het betrokken kalenderjaar, van 'het op grond van de betrokken steunregeling toe te kennen steunbedrag waarop het bedrijfshoofd overeenkomstig artikel 31, lid 2, aanspraak zou kunnen maken', betrekking heeft op-het steunbedrag dat in toepassing van de 'betrokken steunregeling'," zoals opgesomd in artikel 1, lid 1, van de "Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, verschuldigd ts, zodat niet enkel het steunbedrag voor de 'betrokken gewasgroep , moet worden geweigerd, maar het volledige steunbedrag in toepassing van één van de aldaar opgesomde steunregelingen waarvan de betrokken gewasgroep deel uitmaakt?"

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten