EU-Hof legt een lidstaat voor het eerst zowel een dwangsom als een boete op vanwege de te late omzetting van een EU-richtlijn

Contentverzamelaar

EU-Hof legt een lidstaat voor het eerst zowel een dwangsom als een boete op vanwege de te late omzetting van een EU-richtlijn
Nog niet eerder legde het EU-Hof aan een lidstaat zowel een dwangsom als een boete op vanwege de te late omzetting van een EU-richtlijn. Dit is nu wel gebeurd naar aanleiding van een inbreukprocedure die de Europese Commissie in 2019 was gestart tegen Spanje vanwege de te late omzetting van een EU-richtlijn.

Achtergrond

Richtlijnen die door de EU worden vastgesteld moeten door de lidstaten in hun nationale recht worden omgezet. Omzetting houdt in dat de lidstaten nationale maatregelen nemen om de bepalingen van de EU-richtlijn in het nationale recht uit te werken. De lidstaten moeten daarbij altijd voor een bepaalde datum aan de Commissie mededelen welke nationale maatregelen zij hebben genomen om de richtlijn om te zetten. De datum waarop de lidstaten de richtlijn moeten hebben omgezet in het nationale recht is opgenomen in de richtlijn.

Indien een EU-lidstaat een richtlijn niet voor de afgesproken datum omzet in het nationale recht en de lidstaat vervolgens ook geen opvolging geeft aan het met redenen omkleed advies van de Commissie, dan kan de Commissie een inbreukprocedure tegen die lidstaat starten ( artikel 258 EU-Werkingsverdrag ). Wanneer de Commissie bij het EU-Hof een zaak aanhangig maakt op grond van artikel 258 EU-Werkingsverdrag en zij van oordeel is dat een lidstaat een richtlijn niet tijdig heeft omgezet, kan de Commissie aangeven wat haar inziens een redelijke hoogte is voor de door deze lidstaat te betalen forfaitaire som (‘boete’) of dwangsom. Het EU-Hof kan vervolgens besluiten om een forfaitaire som (‘boete’) of een dwangsom op te leggen ( artikel 260, lid 3, EU-Werkingsverdrag ).

Het gebruik van het woord ‘of’ in artikel 260, lid 3, EU-Werkingsverdrag doet vermoeden dat een forfaitaire som (‘boete’) of dwangsom alternatieve sancties zijn. Het EU-Hof heeft eerder ook geoordeeld dat de keuze tussen een boete of een dwangsom afhangt van de geschiktheid van elk instrument naar gelang de omstandigheden van het geval ( C-549/18, punt 66 ). In de zaak C-658/19 (Europese Commissie tegen Spanje), waarin het EU-Hof op 25 februari 2021 uitspraak heeft gedaan, heeft het EU-Hof zowel een boete als een dwangsom opgelegd aan Spanje vanwege de niet tijdige omzetting van richtlijn 2016/680 over de verwerking van persoonsgegevens. Het is daarmee de eerste keer dat het EU-Hof tegelijkertijd een boete en een dwangsom oplegt. 

Meer informatie