Nationale gelijkheidsorganen

Nationale gelijkheidsorganen

Op deze pagina:

Inleiding

De nationale organen voor gelijke behandeling spelen een belangrijke rol in de non-discriminatie-architectuur van de EU. Het zijn overheidsorganisaties die slachtoffers van discriminatie bijstaan, discriminatiekwesties monitoren en daarover verslag uitbrengen, en bijdragen tot de bewustmaking van de rechten van mensen en de waarde van gelijkheid.

De bestaande EU-richtlijnen inzake gelijke behandeling bevatten geen bepalingen over de feitelijke structuur en werking van organen voor gelijke behandeling, maar vereisen alleen dat zij over bepaalde minimumbevoegdheden beschikken en dat zij onafhankelijk handelen in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden. Door de ruime beoordelingsmarge waarvoor de EU-lidstaten beschikken bij de uitvoering van deze bepalingen, bestaan er aanzienlijke verschillen tussen de organen voor gelijke behandeling van de lidstaten, met name wat betreft hun mandaat, bevoegdheden, leiding, onafhankelijkheid, middelen, toegankelijkheid en doeltreffendheid. Om die reden heeft de Europese Commissie op 7 december 2022 twee richtlijnvoorstellen gepresenteerd voor een versterkt kader voor organen voor gelijke behandeling (zie het ECER-bericht).  Op deze richtlijnvoorstellen wordt hieronder nader ingegaan.

  • ECER-bericht - Raad akkoord over grotere rol voor organen voor gelijke behandeling in de EU (23 februari 2024)

Naar boven

Voorstellen voor EU-wetgeving

De inhoud van de voorstellen

Het eerste richtlijnvoorstel heeft tot doel om bindende normen vast te stellen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, met inbegrip van arbeid als zelfstandige. Het voorstel voorziet onder andere in het schrappen van artikel 20 van richtlijn 2006/54 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (zie dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn) en van artikel 11 van richtlijn 2010/41 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandige werkzame mannen en vrouwen (zie dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn). Die twee bepalingen hebben betrekking op organen voor gelijke behandeling. Het voorstel voorziet namelijk in een aanscherping van de regels die in die bepalingen zijn opgenomen. 

Het tweede richtlijnvoorstel stelt bindende normen vast voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Het voorstel voorziet onder andere in het schrappen van artikel 13 van richtlijn 2000/43 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (zie dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn) en van artikel 12 van richtlijn 2004/113 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (zie dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn). Die twee bepalingen hebben betrekking op organen voor gelijke behandeling. Het voorstel voorziet namelijk in een aanscherping van de regels die in die bepalingen zijn opgenomen. 

Twee andere EU-richtlijnen inzake gelijke behandeling, de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep (zie dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn) en de richtlijn gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid (zit dit ECER-dossier voor meer informatie over deze richtlijn), bevatten op dit moment nog geen bepalingen over organen voor gelijke behandeling. Het tweede richtlijnvoorstel versterkt de bescherming op het gebied van gelijke behandeling en non-discriminatie door het mandaat van organen voor gelijke behandeling uit te breiden tot de gronden en gebieden van de in de vorige zin bedoelde richtlijnen.

Naar boven

Het doel van de richtlijnvoorstellen

De richtlijnvoorstellen hebben als doel normen vast te stellen voor organen voor gelijke behandeling, met betrekking tot hun mandaat, taken, onafhankelijkheid, structuur, bevoegdheden, toegankelijkheid en middelen. Die normen moeten ervoor zorgen dat zij, samen met andere actoren, effectief bijdragen tot de handhaving van de Europese richtlijnen inzake gelijke behandeling, slachtoffers van discriminatie effectief kunnen bijstaan bij de toegang tot de rechter, en gelijke behandeling kunnen bevorderen en discriminatie kunnen voorkomen. 

Naar boven