Contentverzamelaar

1999 - Advies arrest Spaanse Aardbeien (C-265/97)

In het arrest heeft het Hof vastgesteld dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen uit hoofde van vooral de artikelen 30 en 5 van het EG-verdrag niet was nagekomen door niet alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te verhinderen dat acties van particulieren het vrije verkeer van groente en fruit belemmerden. Nieuw aan het arrest is dat een lidstaat is gehouden op te treden tegen gedragingen van particulieren die feitelijk afbreuk doen aan de effectiviteit van communautaire bepalingen. Uit de feiten van de zaak blijkt dat het gaat om een inbreuk op het vrij verkeer van goederen door de overheid in het geval dat zij stelselmatig en langdurig niet optreedt tegen ernstige en evidente acties van particulieren.

Nagegaan is op welke wijze de handhaving van de openbare orde in de regelgeving is uitgewerkt. Hierbij zijn vooral bezien de mogelijkheden van de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en de Politiewet 1993. Gelet op deze uitwerking wordt geconcludeerd dat het beschikbare wetgevingsinstrumentarium in elk geval theoretisch toereikend is om op te kunnen treden in situaties zoals die in het arrest aan de orde waren. De ICER oordeelt aanpassing in wet- en regelgeving dan ook niet als noodzakelijk.