Contentverzamelaar

2004 - Advies arrest Schmidberger (C-112/00)

Dit advies beoogt overheden die worden geconfronteerd met verkeersblokkades door demonstraties een afwegingskader te bieden vanuit Europeesrechtelijk perspectief.

Het toestaan van een demonstratie kan namelijk een door het EG-Verdrag verboden belemmering opleveren van het vrije verkeer van goederen. Tegelijkertijd moet de overheid de vrijheid van meningsuiting en van betoging eerbiedigen. Bij deze besluitvorming moet de overheid zich laten leiden door het evenredigheidsbeginsel. Het niet voldoen aan het evenredigheidsbeginsel kan leiden tot schadeaansprakelijkheid van de overheid. Daarnaast vestigt de ICER de aandacht op de verplichting van overheden op grond van EG-verordening 2679/98 om verkeersblokkades in een zo vroeg mogelijk stadium te melden aan de Europese Commissie.

Het advies is bedoeld voor zowel de centrale overheid als de lokale overheden. In de praktijk zullen voornamelijk lagere overheden worden geconfronteerd met het verzoek toestemming te geven voor een bijeenkomst, actie of demonstratie. Het afwegingskader beoogt hen hierbij een handreiking te bieden.

Dit advies is gebaseerd op het rapport van een door de ICER ingestelde werkgroep naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Schmidberger (zaak C-112/00, arrest van 12 juni 2003). Het rapport is in de bijlage opgenomen.