Contentverzamelaar

2004 - Rapport regelgevende agentschappen

In haar reactie op het Witboek 'Europese Governance' verklaarde de Nederlandse regering dat de instelling van Europese 'regelgevende agentschappen' niet moet worden uitgesloten, maar dat daarmee wel terughoudendheid moet worden betracht. De ICER achtte het van belang meer duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop Nederland zou kunnen omgaan met voorstellen van de Europese Commissie tot oprichting van zulke agentschappen. Uitgaande van die bedoeling heeft een ICER-werkgroep zich in dit rapport gericht op de volgende vraagstukken:

  • Binnen welke wettelijke kaders dienen eventuele Europese regelgevende agentschappen te worden opgericht en te functioneren?
  • Onder welke omstandigheden en voor welke doeleinden zijn Europese regelgevende agentschappen aanvaardbaar?
  • Welke voorwaarden dienen te worden gesteld met betrekking tot de oprichting en het functioneren van Europese regelgevende agentschappen?
  • Aan welke voorwaarden moeten Europese regelgevende agentschappen voldoen?

Dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 zal een kort overzicht worden gegeven met betrekking tot de aanleiding voor de instelling van deze werkgroep. In hoofdstuk 3 wordt het begrip 'EU-agentschap' gedefinieerd en worden verschillende typen agentschappen onderscheiden. In hoofdstuk 4 gaat het om de wettelijke vormgeving van regelgevende agentschappen. Hoofdstuk 5 heeft betrekking op de overwegingen die van belang zijn voor de oprichting ervan. In hoofdstuk 6 worden de kaders geschetst voor de uitoefening van bevoegdheden van agentschappen, terwijl hoofdstuk 7 betrekking heeft op een aantal aspecten van de inrichting van Europese regelgevende agentschappen. Tenslotte worden de conclusies en aanbevelingen uiteengezet (hoofdstuk 8).

Als bijlage bij het ICER-rapport Europese regelgevende agentschappen de mededeling van de Commissie 'Kader voor Europese regelgevende agentschappen' (COM(2002) 718).

Op basis van dit rapport heeft de ICER uitgangspunten opgesteld ten behoeve van onderhandelaars die te maken krijgen met een EG-voorstel voor een regelgevend agentschap (of bij de evaluatie van al opgerichte regelgevende agentschappen). Hoewel hierbij, in het spoor van de Commissie-mededeling, voornamelijk de regelgevende agentschappen op basis van het EG-Verdrag in beschouwing worden genomen, zijn de uitgangspunten mutatis mutandis toepasselijk bij de beoordeling van voorstellen voor agentschappen op basis van het EU-Verdrag. Derhalve richt dit advies zich tot onderhandelaars bij de departementen die betrokken zijn bij de oprichting, inrichting en evaluatie van Europese regelgevende agentschappen.