EU-Hof: Forfaitair boetestelsel gebaseerd op aansprakelijkheid zonder schuld, dat geen rekening houdt met de omstandigheden van het geval is in strijd met het Unierecht

Contentverzamelaar

EU-Hof: Forfaitair boetestelsel gebaseerd op aansprakelijkheid zonder schuld, dat geen rekening houdt met de omstandigheden van het geval is in strijd met het Unierecht

Het EU-Hof oordeelt in het licht van artikel 23, lid 3, van richtlijn 2014/40 over de vraag naar de verwijtbaarheid van de distributeur voor het in de handel brengen van navulverpakkingen van e-sigaretten met onjuiste vermelding van het nicotinegehalte. Een stelsel van aansprakelijkheid zonder schuld is in beginsel toegestaan, ook al komt het onjuiste nicotinegehalte overeen met het gehalte in de kennisgeving van de fabrikant. Het evenredigheidsbeginsel vereist evenwel dat bij de vaststelling van een bestuurlijke boete van strafrechtelijke aard rekening moet kunnen worden gehouden met de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Artikel 23, lid 3, van richtlijn 2014/40 verzet zich dan ook tegen een nationale regeling van forfaitaire boetes die niet op de individuele zaak zijn afgestemd. Dat is de uitspraak van het EU-Hof op prejudiciële vragen van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Het betreft het arrest van het EU-Hof van 11 december 2025 in de zaak C-665/24, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.

Daarnaast oordeelt het EU-Hof dat het begrip ‘in de handel brengen’ van art. 23 lid 2, van richtlijn 2014/40 niet beperkt is tot de fase van levering van navulverpakkingen voor e-sigaretten door een detaillist aan de consument. Maar strekt zich ook uit tot de levering van deze producten door een distributeur aan een detaillist. Met dit oordeel bevestigt het EU-Hof het arrest in de zaak C-717/23 (zie dit ECER-bericht).