Europees Parlement

Menuweergave

Europees Parlement

Op deze pagina:

Inleiding

Het Europees Parlement oefent de democratische controle uit op de Europese instellingen en deelt met de Raad de wetgevende macht en de volledige begrotingsbevoegdheid. De leden van het Europees Parlement worden door middel van rechtstreekse, vrije en geheime algemene verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen. De belangrijkste bepalingen over het Europees Parlement zijn te vinden in artikel 14 van het EU-Verdrag en de artikelen 223 tot en met 234 van het EU-Werkingsverdrag.

Samenstelling

Leden van het Europees Parlement

Het Europees Parlement bestaat uit leden die de burgers van de EU vertegenwoordigen. Elke vijf jaar vinden er verkiezingen voor het Europees Parlement plaats en kiezen de EU-burgers hun vertegenwoordigers (zie de paragraaf over de verkiezingen voor het Europees Parlement voor meer informatie). Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 is de zetelverdeling (hoeveel zetels per lidstaat) niet meer per lidstaat vastgelegd in de EU-Verdragen. In artikel 14, lid 2, EU-Verdrag zijn wel een aantal randvoorwaarden neergelegd voor de zetelverdeling:

  • het aantal zetels in het Europees Parlement mag niet meer dan 751 bedragen (inclusief de voorzitter);
  • minimaal zes zetels per lidstaat;
  • maximaal 96 zetels per lidstaat;
  • een kleinere lidstaat kan niet meer zetels hebben dan een grotere lidstaat;
  • degressieve vertegenwoordiging: dit houdt in dat een Duits EP-lid meer burgers vertegenwoordigt dan een Maltees EP-lid, 

Tijdens de zittingsperiode 2024-2029 telt het Europees Parlement officieel 720 leden (inclusief de voorzitter). Nederland heeft 31 zetels in het Europees Parlement (Besluit 2023/2061). Wanneer een staat toetreedt tot de EU of een staat de EU verlaat, is het noodzakelijk dat de zetelverdeling wordt aangepast (bijvoorbeeld als gevolg van de Brexit, zie Besluit 2018/937). Het Europees Parlement kan een initiatief bij de Europese Raad indienen voor een aanpassing van de zetelverdeling in het Europees Parlement. De Europese Raad stemt vervolgens over het initiatief met eenparigheid van stemmen (unanimiteit). 

Politieke fracties 

De meeste leden van het Europees Parlement zijn aangesloten bij een politieke fractie. De leden die niet zijn aangesloten bij een fractie worden ‘niet-ingeschrevenen’ genoemd. Een fractie bestaat uit leden uit ten minste een vierde van de lidstaten (artikel 3, onder b, i), Verordening (EU) 2025/2445). Fracties hebben bepaalde voordelen ten opzichte van individuele leden. Zo kunnen fracties bijvoorbeeld amendementen op het standpunt van de Raad indienen ter behandeling in de plenaire vergadering (artikel 69 van het Reglement van Orde van het EP).

Voorzitter en ondervoorzitters

Het EP kiest uit zijn leden een voorzitter (artikel 14, lid 4, EU-Verdrag). Er zijn bovendien veertien vice-voorzitters. Samen vormen zij het Bureau van het Europees Parlement. Samen met de questoren, die administratieve en financiële taken uitvoeren, vormen zij de ‘ambtsdragers van het Europees Parlement’. 

Commissies en delegaties

Er zijn commissies in het Europees Parlement. De vraagstukken waar het EP zich mee bezighoudt worden aan een bepaalde commissie toegewezen. Deze commissies geven voorstellen vorm door verslagen goed te keuren, amendementen ter behandeling in de plenaire vergadering in te dienen en een onderhandelingsteam aan te wijzen om onderhandelingen over EU-wetgeving te voeren met de Raad. De stemming in de plenaire vergadering van het EP volgt in veel gevallen de uitslag in de commissies. Indien er amendementen zijn, benoemt de commissie een zogenoemde rapporteur die verantwoordelijk is voor het dossier. De samenstelling van de commissies en de verdeling van de rapporteurschappen zijn vaak onderwerp van onderhandeling tussen de politieke fracties in het EP.

Het Europees Parlement heeft ook speciale delegaties die zich bezighouden met een bepaald land of internationale organisatie.

Naar boven

Bijeenkomsten

De bijeenkomsten van het Europees Parlement vinden zowel plaats in Straatsburg (Frankrijk) als in Brussel (België). Straatsburg is de officiële zetel van het Europees Parlement. Dit is officieel vastgelegd in Protocol nr. 6 bij de EU-Verdragen. Dit protocol bepaalt eveneens dat er jaarlijks twaalf plenaire zittingsweken van het Europees Parlement in Straatsburg plaats moeten vinden. Ook de begrotingszitting van het Europees Parlement moet in Straatsburg plaatsvinden. De bijkomende plenaire zittingen van het Europees Parlement worden gehouden in Brussel. De commissies van het Europees Parlement hebben hun zetel in Brussel. Daarnaast hebben het secretariaat-generaal van het Europees Parlement en zijn diensten hun vestiging in Luxemburg. 

De Europese Commissie heeft het recht om alle bijeenkomsten van het Europees Parlement bij te wonen. Het Europees Parlement kan (leden van) de Europese Commissie op haar verzoek horen (artikel 230, EU-Werkingsverdrag). Het Europees Parlement kan de Commissie door middel van een motie van afkeuring dwingen tot aftreden (artikel 234 EU-Werkingsverdrag). Indien de motie van afkeuring wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, moeten de leden van de Commissie collectief ontslag nemen en moet ook de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zijn functie in de Commissie neerleggen. 

Besluitvorming

Voor zover in de EU-Verdragen niets anders is bepaald, besluit het Europees Parlement met meerderheid der uitgebrachte stemmen (artikel 231, eerste volzin, EU-Werkingsverdrag).

Naar boven

Werkzaamheden

Volgens artikel 14, lid 1 van het EU-Verdrag heeft het Europees Parlement de volgende taken:

  • Wetgevingstaak
  • Begrotingstaak
  • Politieke controle
  • Adviserende taak
  • Benoemen voorzitter Commissie

Aan een wetgevingsprocedure nemen zowel de Raad als het Europees Parlement deel (artikelen 289 en 294 EU-Werkingsverdrag). In hoeverre het Europees Parlement betrokken is bij wetgeving hangt af van de gekozen rechtsgrondslag. In veel gevallen zal het Europees Parlement medebeslissingsrecht hebben. Dit is standaard voor de ‘gewone wetgevingsprocedure’. In andere gevallen zal het Europees Parlement adviesrecht of goedkeuringsrecht hebben. Het goedkeuringsrecht van het EP geldt in het bijzonder voor internationale overeenkomsten van de EU (artikel 218 EU-Werkingsverdrag).

Naar boven

Verkiezingen voor het Europees Parlement

De procedure voor de verkiezingen

De leden van het Europees Parlement worden gekozen door middel van rechtstreekse, vrije en algemene verkiezingen (artikel 14, lid 3, EU-Verdrag en artikel 39, lid 2, EU-Handvest). Artikel 223, lid 1 van het EU-Werkingsverdrag biedt een rechtsbasis om nadere bepalingen inzake de verkiezingen voor het Europees Parlement vast te stellen. Die bepalingen zijn opgenomen in de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, die als bijlage is gevoegd bij Besluit 76/787 . Deze Europese Kiesakte is van oorsprong uit 1976, in 1978 in werking getreden en voor het laatst gewijzigd in 2018 (zie ook Raadsbesluit 2018/994). Deze laatste wijziging is nog niet in werking getreden. In 2022 heeft het Europees Parlement een ontwerp ingediend bij de Raad om de Europese Kiesakte te vervangen door een Verordening van de Raad betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen. 

De huidige Europese Kiesakte schrijft voor dat alle EU-lidstaten iedere vijf jaar Europese verkiezingen organiseren volgens een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. De artikelen 10 en 11 van de Akte bepalen verder dat de Europese verkiezingen in alle lidstaten binnen dezelfde periode plaatsvinden. De lidstaten mogen zelf de exacte datum en tijd bepalen. Zo is in Nederland vastgelegd dat de Europese verkiezingen altijd op een donderdag gehouden worden (zie ook artikel Y8 van de Nederlandse Kieswet).

De vormgeving van deze verkiezingen is in grote mate aan de lidstaten zelf. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een lijstenstelsel, of voor een stelsel van één overdraagbare stem. Verder mogen de lidstaten eventueel een minimumdrempel voor de verdeling van de zetels vaststellen. Daarnaast is het ook mogelijk om het uitbrengen van voorkeursstemmen toe te staan. Een lidstaat mag de uitslag van de verkiezingen pas officieel bekendmaken na sluiting van de stembussen in alle lidstaten. Dat geldt ook voor gemeenten en voorzitters van stembureaus wat betreft hun stembusuitslagen.

Naar boven

De kandidaatstelling

In sommige lidstaten, waaronder Nederland, mogen uitsluitend politieke partijen en organisaties lijsten met kandidaten voor de EP-verkiezingen indienen. In andere lidstaten mag men zich kandidaat stellen als wordt aangetoond dat er voldoende handtekeningen of kiezers zijn die de kandidaatstelling ondersteunen. In sommige gevallen moet een borgsom worden betaald voor kandidaatstelling. Zie voor meer informatie ook de website van het Europees Parlement.

Politieke partijen die voor het eerst meedoen aan de Europese verkiezingen, die bij de vorige EP-verkiezing geen zetel hebben gehaald of geen naam hebben geregistreerd, moeten in Nederland 30 ondersteuningsverklaringen verzamelen. Deze ondersteuningsverklaringen kunnen door burgers worden ingediend vanaf 14 dagen voor de kandidaatstelling tot en met de dag van de kandidaatstelling. Dit zijn schriftelijke verklaringen van personen die deelname van de betreffende politieke partij aan de verkiezing ondersteunen. Partijen dienen tevens een waarborgsom te betalen. Alle kandidaten moeten een verklaring inleveren dat zij niet ook kandidaat in een andere lidstaat zijn.

Naar boven

Onverenigbare functies voor een lid van het EP

Volgens artikel 7 van de Europese Kiesakte is het lidmaatschap van het Europees Parlement onder andere onverenigbaar met het lidmaatschap van de regering van een lidstaat, het lidmaatschap van de Europese Commissie, de functie van rechter, advocaat-generaal of griffier bij het EU-Hof van Justitie of het EU-Gerecht, de functie van directielid van de Europese Centrale Bank, de Europese Rekenkamer, en meer algemeen, de functie van ambtenaar of ander personeelslid in actieve dienst van de Europese instellingen.

Verder is het sinds 1997 ook niet meer mogelijk om tegelijkertijd lid van een nationaal parlement en lid van het Europees Parlement te zijn (zie voor een (vergeefs) beroep tegen deze regel ook zaak T-410/14 R (Wilders tegen Parlement)).

Naar boven

De kiesregels in Nederland

De regels voor de Europese verkiezingen in Nederland worden bepaald door Afdeling V van de Nederlandse Kieswet. Iedereen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander is, en op de dag van de stemming ouder dan 18, en niet is uitgesloten van het kiesrecht, heeft stemrecht tijdens de verkiezingen. Verder mogen ook niet-Nederlanders die onderdaan zijn van andere lidstaten van de Unie in Nederland stemmen, mits zij hun werkelijke woonplaats in het Europese deel van Nederland hebben op de dag van de kandidaatstelling. Nederlanders die hun werkelijke woonplaats in een andere lidstaat hebben, kunnen alleen in Nederland stemmen wanneer zij hiervoor een aanvraag doen. Deze aanvraag bevat een verklaring dat zij niet ook zullen deelnemen aan de verkiezingen in de andere lidstaat. In Nederland wordt gebruikt gemaakt van kandidatenlijsten, die voor het hele land hetzelfde zijn. Er is geen kiesdrempel. Het is mogelijk om verkozen te worden met voorkeursstemmen indien een kandidaat een aantal stemmen gelijk aan 10 procent van de kiesdeler heeft gehaald.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de Europese verkiezingen. Verder heeft de Kiesraad een belangrijke rol bij de kandidaatstelling en de vaststelling van de verkiezingsuitslag. De Kiesraad stelt de officiële uitslag circa een week na de verkiezingen vast in een openbare zitting. De Kiesraad wijst ook de zetels toe aan de verschillende kandidaten. Wanneer een zetel tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement vrijkomt door ontslagneming, dan wordt de vrijgekomen zetel toegewezen aan de eerstvolgende niet-verkozen kandidaat op dezelfde lijst. Zie voor meer informatie ook de verschillende onderdelen op de website van de Kiesraad

Naar boven

Relaties met andere instellingen

Het Europees Parlement en de Europese Commissie hebben afspraken gemaakt over de onderlinge relaties in een kaderakkoord. Het kaderakkoord dateert uit 2010. De Raad heeft in brieven aan het EP en de Commissie en in een verklaring uitdrukkelijk afstand genomen van dit kaderakkoord. In 2025 hebben het EP en de Commissie de onderhandelingen over een geactualiseerd kaderakkoord afgerond (zie dit ECER-bericht). 

Het Europees Parlement kan de Europese Commissie verzoeken met voorstellen te komen (artikel 225 EU-Werkingsverdrag). Als de Commissie dat weigert dient de Commissie de redenen daarvoor aan te geven. De Commissie antwoordt mondeling of schriftelijk op vragen van het EP (artikel 230, tweede alinea EU-Werkingsverdrag). Het Europees Parlement kiest de voorzitter van de Europese Commissie (artikel 17, lid 7 EU-Verdrag).

De vaste voorzitter van de Europese Raad legt aan het Europees Parlement verslag voor na afloop van elke bijeenkomst van de Europese Raad. De Hoge Vertegenwoordiger brengt regelmatig verslag uit over de ontwikkelingen in het extern optreden van de Unie.

Naar boven

Praktische informatie

Naar boven

Laatst bijgewerkt op: 23-02-2026