Audiovisueel- en mediabeleid

Op deze pagina:

Inleiding

Artikel 167, lid 2, aanhef en vierde streepje, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU zich moet inzetten voor de bescherming van scheppend werk op artistiek en literair gebied, mede in de audiovisuele sector. De audiovisuele sector omvat alle bedrijven, organisaties en zelfstandigen die programma's leveren aan het algemene publiek door middel van elektronische communicatienetwerken of televisie-uitzendingen. De EU heeft in richtlijn 2010/13 regels vastgesteld inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten. Deze richtlijn is in 2018 gewijzigd om de bepalingen aan te passen aan de digitale ontwikkelingen (richtlijn 2018/1808). Met de wijziging wordt ingespeeld op nieuwe vormen van mediadiensten (o.a. videoclips), maar ook op nieuwe aanbieders van audiovisuele mediadiensten (o.a. videoplatforms).

Naar boven

Algemeen

Elke lidstaat moet erop toezien dat audiovisuele mediadiensten, uitgezonden door onder zijn bevoegdheid vallende aanbieders van mediadiensten, voldoen aan de regels van het rechtsstelsel dat van toepassing is op audiovisuele mediadiensten die bestemd zijn voor het publiek. Aanbieders van mediadiensten vallen onder de bevoegdheid van een lidstaat wanneer zij in die lidstaat gevestigd zijn, wanneer de aanbieders gebruik maken van een aarde-satellietverbinding in die lidstaat of wanneer de aanbieders gebruik maken van een tot die lidstaat behorende satellietcapaciteit (artikel 2, richtlijn 2010/13).

De lidstaten moeten de vrijheid van ontvangst waarborgen en mogen niet de doorgifte op hun grondgebied van audiovisuele mediadiensten uit andere lidstaten belemmeren. Op deze hoofdregel zijn voor televisie-uitzendingen en audiovisuele mediadiensten op aanvraag enkele afwijkingen opgenomen.

Naar boven

Bescherming van kinderen

Bepaalde audiovisuele mediadiensten kunnen beelden bevatten die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten. In dit verband moeten de lidstaten passende maatregelen vaststellen om ervoor te zorgen dat aanbieders van audiovisuele mediadiensten op aanvraag en omroeporganisaties voorkomen dat minderjarigen aan deze beelden worden blootgesteld. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de beelden uitsluitend beschikbaar worden gesteld op zodanige wijze dat minderjarigen dergelijke audiovisuele mediadiensten op aanvraag of televisie-uitzendingen normaliter niet te horen of te zien krijgen. Daarbij kan worden gedacht aan het uitzenden na een bepaald tijdstip.

Naar boven

Europese producties

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat onder hun bevoegdheid vallende aanbieders van audiovisuele mediadiensten op aanvraag een aandeel van ten minste 30% aan Europese producties in hun catalogi opnemen. Ook moeten de aanbieders ervoor zorgen dat deze Europese producties een prominente plaats in hun catalogus innemen. De lidstaten moeten uiterlijk op 19 december 2021 en vervolgens om de twee jaar een verslag uitbrengen over de stand van zaken. De Commissie stelt vervolgens een verslag op na aanleiding van de verslagen van de lidstaten.

Naar boven

Televisiereclame en telewinkelen

Televisiereclame en telewinkelprogramma's dienen duidelijk te worden onderscheiden van de programma's die op televisie worden uitgezonden. Dit onderscheid kan onder meer worden gemaakt door visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen. Afzonderlijke reclame- en telewinkelspots gedurende een programma blijven een uitzondering, behalve in uitzendingen van sportevenementen. Daarnaast bepaalt de richtlijn dat telewinkelen met betrekking tot geneesmiddelen waarvoor een vergunning nodig is, niet toegestaan is. Tevens moeten televisiereclame en telewinkelen met betrekking tot alcoholische dranken aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Naar boven