Januari 2026: ECER-kennisbijeenkomst over het Frontex-arrest

ECER-bijeenkomst over het Frontex-arrest - Kan een agentschap naast een lidstaat (hoofdelijk) aansprakelijk worden gesteld?

Op donderdag 18 december 2025 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in een hoger beroepszaak die betrekking heeft op gezamenlijke terugkeeroperaties in relatie tot migranten. Dergelijke operaties zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van lidstaten en het Europees Grens- en Kustwachtagentschap (Frontex). De lidstaten en Frontex hebben daarbij gedeelde verplichtingen en moeten de grondrechten zoals vastgelegd in het Handvest naleven. Centraal in de zaak staat de vraag of Frontex – als agentschap van de Europese Unie - naast de primair verantwoordelijke lidstaat (‘hoofdelijk’) aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door niet-nakoming van die verplichtingen. Het ECER organiseerde op dinsdag 13 januari 2026 tussen 11:30 en 12:30 een kennisbijeenkomst waarin het arrest uitvoerig werd besproken.

De bijeenkomst

Tijdens de bijeenkomst werd het arrest (C-679/23 P) besproken door Lisa-Marie Komp, advocaat bij Prakken d’Oliveira in Amsterdam en docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Komp stond de eisers in de zaak bij. De bijeenkomst werd begeleid door Charlotte Schillemans, hoofd van het cluster bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat verantwoordelijk is voor de procesvoering namens de Nederlandse regering bij het EU-Hof. De bijeenkomst vond plaats op het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Rijnstraat 8, Den Haag). 

Achtergrond

Een 'agentschap van de Europese Unie' is een instantie die door de EU is opgericht om een specifieke technische, wetenschappelijke of beheerstaak te verrichten binnen de EU. Inmiddels zijn er meer dan veertig agentschappen. Voorbeelden van zulke agentschappen zijn Frontex, Europol, Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie (EOM). Een aantal van die agentschappen voert hun taken uit in samenwerking met de lidstaten van de Europese Unie. Er ontstaat door die samenwerking een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de naleving van (gedeelde) Unierechtelijke verplichtingen. Op 18 december 2025 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) arrest in een hoger beroepszaak (C-679/23 P) waarin de vraag centraal staat of die gezamenlijke verantwoordelijkheid kan leiden tot gedeelde (‘hoofdelijke’) aansprakelijkheid van de EU voor schade die wordt veroorzaakt door niet-nakoming van verplichtingen door het agentschap. 

De aanleiding van deze zaak is een gezamenlijke terugkeeroperatie die door Frontex werd gecoördineerd, en waarbij een gezin van Syrische Koerden per vliegtuig van Griekenland (een EU-lidstaat) naar Turkije (geen EU-lidstaat) werd teruggestuurd. De gezinsleden betogen dat de materiële en immateriële schade die zij hebben geleden, is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen – of beter gezegd, het niet-handelen – van Frontex voor, tijdens en na die terugkeeroperatie, waardoor een aantal van hun grondrechten is geschonden. Zij verzoeken het EU-Hof om Frontex ertoe te veroordelen hun een schadevergoeding te betalen. 

Het Gerecht verwierp in eerste aanleg de vordering van het Syrisch gezin. Het achtte geen causaal verband aanwezig tussen het gestelde onrechtmatige gedrag van Frontex en de geleden schade (zaak T-600/21)

Meer informatie