Openbaarheid

Openbaarheid

Toegang tot documenten

Een belangrijke vorm van openbaarheid van bestuur is de toegang van het publiek tot documenten. Zo kennen we in Nederland de zogenoemde 'WOB' (wet openbaarheid bestuur). Het recht op inzage in documenten is vastgelegd in artikel 42 van het EU-Handvest voor de grondrechten en in artikel 15, lid 3 EU-Werkingsverdrag. Sinds 3 december 2001 is er een Verordening inzake openbaarheid voor documenten van de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de met deze instellingen gelieerde agentschappen ( Vo 1049/2001, de zogenoemde 'Eurowob'). Deze verordening geldt in principe alleen voor toegang tot documenten van de Commissie, de Raad en het Europees Parlement. Alle andere organen en instanties van de Unie moeten echter ook regels omtrent de toegang tot documenten hebben. Die regels moeten conform de algemene beginselen en uitzonderingsgronden zijn die in de Eurowob zijn vastgesteld.

Op grond van de Eurowob moet elke instelling een voor het publiek toegankelijk documentenregister hebben. Deze registers bevatten voor ieder document een referentienummer, de datum en het behandelde onderwerp of een korte beschrijving van de inhoud van het document. Via dit register heeft het publiek directe elektronische toegang tot de documenten van de instellingen, tenzij een document een verspreidings- of rubriceringsmarkering heeft gekregen (waarover hieronder meer info). In dat geval kan het document opgevraagd worden bij de instelling.

Deze registers zijn op de openbare websites van het Parlement, de Raad en de Commissie te vinden. Hieronder vindt u de links naar de aanvraagformulieren:

De Europese Commissie heeft in haar register onder elk niet-gepubliceerd document een link naar een aanvraagformulier opgenomen.

Daarnaast gelden nog andere Europese regels over openbaarheid van informatie, vastgelegd in richtlijnen, verordeningen en besluiten. Een goed voorbeeld van een speciale regeling is richtlijn 2003/4/EG inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie.

LIMITÉ: Tijdelijke geheimhouding van documenten

Ongeveer een kwart van alle nieuwe Raadsdocumenten draagt de verspreidingsmarkering "Limité". Limité documenten zijn documenten afkomstig van de Raad, primair bestemd voor interne verspreiding binnen de Raad en de Commissie. Deze markering is tijdelijk van aard en heeft als doel een nadelige invloed op het besluitvormingsproces van de Raad bij te vroege openbaarmaking te voorkomen. Na verloop van tijd worden Limité documenten openbaar.
Nederlandse parlementariërs hebben sinds 2013 ook de mogelijkheid om via de zogenaamde EU-extranet-database rechtstreekse toegang te verkrijgen tot Limité documenten. Hieraan zijn strikte voorwaarden verbonden. Nederland moet zich houden aan de tussen de EU-lidstaten in de Raad overeengekomen richtsnoeren over de omgang met dergelijke documenten. Deze Richtsnoeren voor de behandeling van interne Raadsdocumenten zijn vastgelegd in Doc. 11336/11. De belangrijkste bepaling uit die richtsnoeren is dat deze documenten of delen ervan niet publiek gemaakt mogen worden zonder voorafgaande autorisatie daartoe door de Raad of personen die met een Raadsbesluit daartoe gemachtigd worden. Dit betekent dat de beide Kamers en alle Kamerleden deze documenten dienen te behandelen als interne stukken die niet met het publiek of de media mogen worden gedeeld en waaruit in openbare debatten met leden van het kabinet niet mag worden geciteerd. Met deze stap is de toegang voor de Eerste en Tweede Kamer ruimer geworden dan die voor het Europees Parlement, waar uitsluitend Commissievoorzitters bij uitzondering toegang tot sommige Limité-documenten krijgen (zie bepaling 18 van de bovengenoemde richtsnoeren). (zie Kamerbrief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18-01-2013).

Voor de Limité markering en de behandeling van interne Raadsdocumenten heeft de Raad richtsnoeren vastgesteld ( doc. 11336/11 van 9 juni 2011). Het kabinet zet zich ervoor in het afwegingskader te verduidelijken. Ook wil het de Limité markering zo vroeg mogelijk opheffen en documenten die onderdeel van het wetgevingsproces zijn, zoals amendementen, actief openbaar maken ( meer info over het EU-transparantiebeleid van het kabinet).

Rubricering van documenten

Soms is het nodig om bepaalde documenten te beveiligen. Daarom hanteert de EU een systeem van rubricering van "EU classified information" (afkorting: EUCI).

Er zijn vier rubriceringen, in 'aflopende' volgorde:

  • TRÈS SECRET UE/EU TOP SECRET: informatie en materiaal waarvan de openbaarmaking zonder machtiging de wezenlijke belangen van de Europese Unie of van één of meer van haar lidstaten uitzonderlijk ernstig kan schaden;
  • SECRET UE/EU SECRET: informatie en materiaal waarvan de openbaarmaking zonder machtiging de wezenlijke belangen van de Europese Unie of van één of meer van haar lidstaten ernstig kan schaden;
  • CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL: informatie en materiaal waarvan de openbaarmaking zonder machtiging de wezenlijke belangen van de Europese Unie of van één of meer van haar lidstaten kan schaden;
  • RESTREINT UE/EU RESTRICTED: informatie en materiaal waarvan de openbaarmaking zonder machtiging nadelig kan zijn voor de belangen van de Europese Unie of van één of meer van haar lidstaten.

Zie ook de volgende informatie hierover van de Raad:

Daarnaast hebben de lidstaten ook onderling een internationale overeenkomst gesloten om aansluiting te zoeken bij het EUCI-systeem voor uitwisseling van deze documenten onderling en de uitwisseling van documenten met derde landen en internationale organisaties.

Het Europees Parlement heeft ook een regeling getroffen voor de omgang met vertrouwelijke informatie. Zie het besluit van het EP-bureau inzake de regels betreffende de behandeling van vertrouwelijke informatie door het Europees Parlement . Ten slotte kan gewezen worden op de internationale overeenkomsten die de EU heeft gesloten met derde landen en internationale organisaties over de uitwisseling van gerubriceerde informatie. Klik hier voor een overzicht.

Rechtspraak EU-Hof over openbaarheid

Het EU-Hof en het EU-Gerecht hebben in een aantal uitspraken de piketpaaltjes uitgezet voor de interpretatie van de zogeheten weigeringsgronden in de Eurowob. Volgens deze rechtspraak is het uitgangspunt bij de uitzonderingen van de Eurowob dat deze strikt moeten worden uitgelegd en dat per document gekeken moet worden of openbaarmaking een beschermd belang kan ondermijnen.
In dit jurisprudentieoverzicht (2014) zijn de belangrijkste uitspraken (zoals bijvoorbeeld Zweden en Turco/Raad, Raad/Access Info Europe en Raad/in ’t Veld) op het gebied van de Eurowob opgenomen.

Meer info:

ICER handleiding 'Eurowob'

In deze notitie wordt ingegaan op de verhouding tussen de Nederlandse Wob en de Europese openbaarheidsregelgeving, Vo 1049/2001 (Eurowob). De notitie geeft antwoord op de vraag welke handelwijze een Nederlands bestuursorgaan dient te volgen bij openbaarheidsverzoeken waarbij documenten van Europese instellingen en organen betrokken zijn (die bij het betreffende Nederlandse bestuursorgaan berusten), en welke beoordelingscriteria daarbij moeten worden gehanteerd. In bijlage 5 wordt in 60 vragen & antwoorden nader stilgestaan bij het hoe & wat van Vo 1049/2001.

NL bestuursorgaan krijgt verzoek om openbaarmaking EU-document

Als bij een bestuursorgaan een informatieverzoek wordt ingediend waarbij stukken betrokken zijn die zijn opgesteld door Europese instellingen, dan zal naast de Wob ook de Eurowob in acht moeten worden genomen. Hieronder volgen de belangrijkste aandachtspunten, voor een meer uitgebreide toelichting kunt u de ICER handleiding 'Eurowob' (vo 1049/200) raadplegen.                                                                                 

  • De Eurowob heeft alleen betrekking op documenten die opgesteld zijn door de Raad, de Commissie en het Europees Parlement en de met deze instellingen gelieerde agentschappen.
  • Als het gevraagde document al openbaar is gemaakt door de betrokken instelling, dan kan naar die publicatie worden verwezen.
  • Indien het informatieverzoek betrekking heeft op “gevoelige documenten”, dan zal het bestuursorgaan de betrokken instelling moeten vragen of met openbaarmaking wordt ingestemd.
  • Uitsluitend indien op voorhand duidelijk is dat het document in het licht van de uitzonderingsgronden van de Eurowob voor openbaarmaking in aanmerking komt (of niet), is het bestuursorgaan gerechtigd om het verzoek zelfstandig af te doen. Indien voor het bestuursorgaan niet of niet geheel duidelijk is of het betrokken document voor openbaarmaking in aanmerking komt, dan dient het bestuursorgaan deze vraag aan de instelling voor te leggen.
  • Indien het advies van de instelling ertoe strekt dat er geen bezwaar tegen openbaarmaking bestaat, zal dit advies in de regel door het Nederlandse bestuursorgaan gevolgd dienen te worden.

EU-instelling krijgt verzoek om openbaarmaking NL document

De Europese instellingen nemen contact op met de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging (PVEU) of met een bestuursorgaan als er bij hen een verzoek binnenkomt om toegang tot een Nederlands document. De Nederlandse ambtenaar die zo’n verzoek voorgelegd krijgt moet bij de behandeling daarvan rekening houden met het volgende:

  • Op Nederlandse documenten die bij een Europese instelling berusten is de Nederlandse Wob niet van toepassing. Bij de behandeling van zo’n document moet dus gekeken worden naar de procedure en de uitzonderingsgronden van de Eurowob.
  • Nederland heeft geen vetorecht over de openbaarmaking van het document, maar kan wel een advies geven aan de instelling.
  • Het Nederlandse bestuursorgaan moet daarbij een duidelijk standpunt innemen voor of tegen openbaarmaking en deze beslissing motiveren. Als deze beslissing goed gemotiveerd wordt, volgen Europese instellingen in het algemeen het advies van de lidstaat.
  • Zie voor meer informatie de ICER handleiding 'Eurowob' (vo 1049/200) en De Eurowob in 60 vragen, met name de vragen 43 t/m 48.

Openbare vergaderingen

Het is mogelijk om ministers te zien optreden in de Raadsvergaderingen in Brussel. Artikel 16, lid 8 van het EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de Raad beraadslaagt en stemt in openbare zitting over een ontwerp van wetgevingshandeling. Daartoe wordt iedere Raadszitting gesplitst in twee delen, die respectievelijk gewijd worden aan beraadslagingen over de wetgevingshandelingen van de Unie en aan niet-wetgevingswerkzaamheden. De beraadslagingen over wetgevingshandelingen worden op internet uitgezonden via COUNCIL LIVE. Het Europees Parlement beraadslaagt uiteraard ook openbaar (zie artikel 15, lid 2 VWEU) en is te volgen via EP LIVE.