Op deze pagina:
De Europese Unie is op verschillende terreinen bevoegd tot extern optreden. De EU-verdragen beogen een zo coherent mogelijk extern optreden te verzekeren. Dit komt met name tot uitdrukking in artikel 3, lid 5, artikel 21 en artikel 22 van het EU-verdrag. Toch zijn de externe bevoegdheden van de EU soms lastig af te bakenen. Bij het externe optreden van de Europese Unie (met name overeenkomsten met internationale organisaties en met derde-landen) ontstaat regelmatig de vraag over welke onderwerpen Nederland zelf bevoegd is en voor welke onderwerpen de Europese Unie (mede) bevoegd is.
Dergelijke vragen kunnen niet alleen rijzen op het moment van totstandkoming van internationaal beleid (bij het onderhandelen), maar ook bij de voorbereiding (meestal in Brussel) en bij de tenuitvoerlegging van internationaal beleid. In dit dossier wordt het algemene juridische kader geschetst waarbinnen de externe betrekkingen van de EU gestalte krijgen. Daarbij wordt ingegaan op de verschillende typen bevoegdheden: zo kan een externe bevoegdheid impliciet of expliciet, exclusief of gemengd zijn. Ook wordt het sluiten van verdragen in nader detail bekeken.
Naar boven
03-03-2026
De Europese Commissie heeft voorgesteld onderhandelingen te openen met Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië om deze landen te integreren in de EU-regeling voor roaming tegen ...
Het gaat onder meer om de actualisering van vier overeenkomsten die Zwitserland reeds toegang geven tot de interne markt van de EU (o.a. vrij verkeer van personen), en de actualisering van de overeenkomst inzake de handel ...
25-02-2026
De Internationale Claimscommissie voor Oekraïne wordt een onafhankelijk orgaan met internationale rechtspersoonlijkheid binnen het institutionele kader van de Raad van Europa. Als onderdeel van de Claimscommissie worden de ...