Illegale immigratie en illegaal verblijf

Illegaal verblijf en illegale immigratie

Inleiding

Artikel 79, lid 2, aanhef en onder c, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU maatregelen kan vaststellen met betrekking tot illegaal verblijf en illegale immigratie van onderdanen van derde landen. Bijzondere aandacht moet er zijn voor de verwijdering en de repatriëring van illegaal verblijvende personen.

Terugkeerrichtlijn: normen en procedures

In de Terugkeerrichtlijn (richtlijn 2008/115) zijn gemeenschappelijke regels vastgesteld die door de lidstaten moeten worden toegepast bij de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Bij de toepassing van de voorschriften van de Terugkeerrichtlijn moet rekening worden gehouden met de belangen van kinderen, het familie- en gezinsleven en de gezondheidstoestand van de betrokkene. Ook moet het beginsel van non-refoulement worden geëerbiegd (artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn).

  • ECER-bericht: EU-Hof: Belang van het kind moet worden meegewogen bij vaststelling terugkeerbesluit tegen een illegaal verblijvende ouder (16 maart 2021)
  • ECER-bericht: EU-Hof: Rechter die uitspraak moet doen over sociale bijstand ernstig zieke asielzoeker mag werking terugkeerbesluit schorsen (2 oktober 2020)

Het illegale verblijf van een onderdaan van een derde land wordt in twee stappen beëindigd. De eerste stap is de vaststelling van een terugkeerbesluit jegens de derdelander. In het terugkeerbesluit wordt een passende termijn gegeven voor het vrijwillige vertrek van de derdelander. De tweede stap wordt gezet wanneer de derdelander geen gehoor geeft aan het verzoek om vrijwillig te vertrekken of wanneer de lidstaat heeft besloten om geen termijn voor vrijwillig vertrek vast te stellen. In zo'n geval kan een verwijderingsbesluit worden genomen. Op beide stappen wordt hieronder nader ingegaan.

Naar boven

Terugkeerbesluit

Algemeen

Artikel 6, lid 1 van de Terugkeerrichtlijn verplicht de lidstaten om een terugkeerbesluit uit te vaardigen tegen een derdelander die illegaal op het grondgebied van de lidstaat verblijft. Het terugkeerbesluit moet schriftelijk worden uitgevaardigd en moet de feitelijke en rechtsgronden bevatten. Tevens moet het terugkeerbesluit informatie bevatten over de rechtsmiddelen die openstaan tegen het genomen besluit (artikel 12 van de Terugkeerrichtijn). De lidstaten moeten de derdelander een doeltreffend rechtsmiddel van bezwaar of beroep toekennen (artikel 13 van de Terugkeerrichtlijn).

  • ECER-bericht: EU-Hof: Illegaal verblijvende derdelander met verblijfsrecht in andere EU-lidstaat kan zonder uitgevaardigd terugkeerbesluit in bewaring worden gesteld (26 februari 2021)
  • ECER-bericht: EU-Hof: Niet-begeleide minderjarige asielzoeker alleen uitzetten als in terugkeerland adequate opvang is (19 januari 2021)
  • ECER-bericht: Strafbaarstelling van illegaal verblijf niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn (11 december 2012)
  • ECER-bericht: Geen gevangenisstraf voor illegaal tijdens terugkeerprocedure (13 december 2011)
  • ECER-bericht: Illegaal moet weg, niet de cel in (13 mei 2011)

Naar boven

Uitzonderingen

In bepaalde gevallen mag een lidstaat geen terugkeerbesluit uitvaardigen wanneer de derdelander illegaal op het grondgebied van de desbetreffende lidstaat verblijft (artikel 6, leden 2 tot 6 van de Terugkeerrichtlijn). Het gaat om de volgende situaties:

  • De derdelander heeft een geldige verblijfsvergunning of een andere vorm van toestemming om in een andere EU-lidstaat te verblijven. De onderdaan van een derde land moet meteen terugkeren naar deze andere EU-lidstaat. Indien de derdelander niet terugkeert, kan de lidstaat waar hij illegaal verblijft, alsnog een terugkeerbesluit uitvaardigen;
  • De derdelander wordt op grond van een bilatere regeling of overeenkomst tussen de lidstaten overgenomen. Voorwaarde is wel dat deze regeling of overeenkomst voor de inwerkingtreding van de Terugkeerrichtlijn is vastgesteld;
  • De derdelander kan om humanitaire of andere redenen een zelfstandige verblijfsvergunning of een andere vorm van toestemming tot verblijf hebben verkregen van de lidstaat waar hij illegaal verblijft;
  • De derdelander is een procedure gestart voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning of een andere vorm van toestemming tot verblijf.

Naar boven

Wederzijdse erkenning terugkeerbesluiten

Het kan voorkomen dat een lidstaat een terugkeerbesluit uitvaardigt tegen een derdelander die in een andere EU-lidstaat verblijft. Richtlijn 2001/40 maakt het mogelijk dat een terugkeerbesluit van een lidstaat in een andere lidstaat kan worden erkend. Elk terugkeerbesluit wordt overeenkomstig het nationale recht van de uitvoerende lidstaat ten uitvoer gelegd. Bij de uitvoering van het terugkeerbesluit maken de uitvaardigende en de uitvoerende lidstaat gebruik van alle passende middelen voor samenwerking en uitwisseling van informatie.

Naar boven

Inreisverbod

Het terugkeerbesluit kan een inreisverbod bevatten. De duur van het reisverbod wordt aan de hand van alle relevante omstandigheden van het individuele geval bepaald. In beginsel bedraagt de duur niet meer dan vijf jaar, tenzij de derdelander een ernstige bedreiging voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid vormt (artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn).

  • ECER-bericht: EU-Hof: handhaving inreis- en verblijfsverbod tegen derdelander niet mogelijk na intrekking terugkeerbesluit (9 juni 2021)
  • ECER-bericht: EU-Hof: EU-recht staat niet in de weg aan nationale strafbaarstelling illegaal verblijf (8 oktober 2020)
  • ECER-bericht: Inreisverbod illegaal verklaard persoon start pas na daadwerkelijk vertrek (8 augustus 2017)
  • ECER-bericht: Lidstaten mogen overtreding inreisverbod bestraffen (7 oktober 2015)

Naar boven

Vrijwillig vertrek

In het terugkeerbesluit moet een passende termijn voor vertrek van zeven tot dertig dagen worden vastgesteld. De termijn kan worden verlengd indien de individuele omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen. Daarbij kan rekening worden gehouden met het feit dat er schoolgaande kinderen zijn of dat er bijzondere banden bestaan met andere gezinsleden. Tijdens de periode van vrijwillig vertrek kunnen er bepaalde verplichtingen aan de derdelander worden opgelegd. Het kan onder meer gaan om de verplichting om zich met regelmaat te melden bij de nationale autoreiten of de verplichting om op een bepaalde plaats te blijven.

In geval van bijzondere omstandigheden hoeven de lidstaten geen of een kortere termijn voor het vrijwillige vertrek toe te kennen. Dit is onder meer het geval wanneer er risico op onderduiken bestaat of wanneer de derdelander een bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid (artikel 7 van de Terugkeerrichtlijn).  

  • Mededeling van de Commissie: de EU-strategie inzake vrijwillige terugkeer en reintegratie (27 april 2021)
  • ECER-bericht: Verdachte of veroordeelde illegale vreemdeling is niet automatisch een gevaar voor de openbare orde (15 juni 2015)

Naar boven

Verwijderingsbesluit

Algemeen

De lidstaat kan een verwijderingsbesluit nemen wanneer de derdelander niet vrijwillig is vertrokken of wanneer er geen termijn voor vrijwillig vertrek is vastgesteld (artikel 8 van de Terugkeerrichtlijn). Artikel 8, lid 4, van de Terugkeerrichtlijn verplicht de lidstaten om zo nodig dwangmaatregelen toe te passen om de verwijdering van de derdelander mogelijk te kunnen maken. Deze dwangmaatregelen moeten proportioneel zijn en binnen redelijke grenzen worden uitgevoerd. In het uiterste geval kan de derdelander in bewaring worden gesteld (zie artikelen 15 tot 17 van de Terugkeerrichtlijn). In noodsituaties kan een lidstaat afwijken van de voorschriften voor de inbewaringstelling van derdelanders. De lidstaat stelt de Europese Commissie hiervan op de hoogte (artikel 18 van de Terugkeerrichtlijn).

  • ECER-bericht: EU-Hof: Illegale derdelanders die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid kunnen met het oog op hun verwijdering in een gevangenis worden ondergebracht (30 juli 2020) 
  • ECER-bericht: EU-Hof: Detentie van asielaanvragers in Hongaarse transitzone in strijd met EU-asielregels (19 mei 2020) (m.b.t. artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn)
  • ECER-bericht: Vreemdelingendetentie in Duitse gevangenissen in strijd met Terugkeerrichtlijn (21 juli 2014)

Naar boven

Uitstel

In bepaalde situaties kan de verwijdering van een derdelander worden uitgesteld. Onder meer wanneer de verwijdering in strijd zou zijn met het non-refoulement-beginsel of wanneer er een rechtsmiddel is ingesteld tegen het terugkeer- of verwijderingsbesluit. Daarnaast is het mogelijk dat de verwijdering wordt uitgesteld vanwege de specifieke omstandigheden van een individueel geval. Daarbij kan gedacht worden aan de mentale of fysieke gesteldheid van de derdelander of het feit dat een lidstaat om technische redenen niet over kan gaan tot verwijdering (artikel 9 van de Terugkeerrichtlijn).

Tijdens het uitstel van de verwijdering, maar ook gedurende de periode van vrijwillig vertrek, moeten bepaalde rechten van de derdelander worden geëerbiedigd. De derdelander moet verenigd blijven met zijn gezinsleden die in de lidstaat verblijven. Daarnaast moet dringende medische zorg worden verleend en moet er rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van kwetsbare personen. Tenslotte moeten kinderen toegang hebben tot het basisonderwijs (artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn).

Naar boven

Maatregelen tot verwijdering door de lucht

Artikel 8, lid 5 van de Terugkeerrichtlijn bepaalt dat lidstaten zich bij de verwijdering van derdelanders door de lucht moeten houden aan de richtsnoeren uit Beschikking 2004/573/EG. Op grond van Beschikking 2004/573/EG kunnen twee of meer lidstaten gezamenlijke vluchten organiseren voor de verwijdering van derdelanders door de lucht (artikel 1 van Beschikking 2004/573/EG). Beschikking 2004/573/EG legt zowel verplichtingen op aan de organiserende lidstaat als aan de deelnemende lidstaat.

Ondanks het streven van de lidstaten om rechtstreekse vluchten naar het land van herkomst van de derdelander te organiseren, komt het nog steeds voor dat gebruik moet worden gemaakt van vluchten via transitluchthavens van andere EU-lidstaten. Richtlijn 2003/110 maakt het mogelijk dat lidstaten elkaar wederzijdse hulp aanbieden bij de verwijdering van derdelanders via transitluchthavens. De aangezochte lidstaat kan worden verzocht om bepaalde maatregelen te nemen om de doorgeleiding via een transitluchthaven te vergemakkelijken (artikel 5, lid 2, tweede alinea, richtlijn 2003/110). In bepaalde gevallen is het mogelijk dat de verzoekende lidstaat wordt verplicht om de derdelander weer terug te nemen (artikel 6 van richtlijn 2003/110).

Naar boven

Strafbare feiten

De EU heeft een aantal maatregelen vastgesteld die hulpverlening bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf strafbaar stelt. Ook is de tewerkstelling van illegaal verblijvende derdelanders verboden (zie het ECER-dossier hierover voor meer informatie).

Naar boven