Brexit: inleiding en inhoudsopgave

Nederland zoekt twee kandidaat-arbiters voor het arbitragepanel voorzien in het Terugtrekkingsakkoord EU-VK. Solliciteren kan tot en met vrijdag 7 augustus. Klik hier voor meer informatie.

Op deze pagina:

Inleiding

Vrijdag 31 januari 2020 was de laatste dag dat het Verenigd Koninkrijk (VK) nog lid was van de Europese Unie. De terugtrekking is het juridische gevolg van de kennisgeving van het VK in 2017 dat het de EU wilde verlaten. Deze kennisgeving was het startsein van een termijn die uiteindelijk is verlengd tot en met 31 januari 2020.

De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU werd geregeld overeenkomstig artikel 50 EU-Verdrag. Deze procedure is ook van toepassing op het Euratomverdrag (artikel 106bis, lid 1, Euratomverdrag). De Nederlandse tekst (zie ook EN, FR, DE) van artikel 50 EU-Verdrag luidt:

  1. Een lidstaat kan overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen besluiten zich uit de Unie terug te trekken.
  2. De lidstaat die besluit zich terug te trekken, geeft kennis van zijn voornemen aan de Europese Raad. In het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met deze staat een akkoord over de voorwaarden van zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Over dat akkoord wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 218, lid 3, EU-Werkingsverdrag. Het akkoord wordt namens de Unie gesloten door de Raad. die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, na goedkeuring door het Europees Parlement
  3. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op de betrokken staat met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de in lid 2 bedoelde kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van de betrokken lidstaat met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.
  4. Voor de toepassing van de leden 2 en 3 nemen het lid van de Europese Raad en het lid van de Raad die de zich terugtrekkende lidstaat vertegenwoordigen, niet deel aan de beraadslagingen of aan de besluiten van de Europese Raad en van de Raad die hem betreffen. De gekwalificeerde meerderheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder b), EU-Werkingsverdrag.
  5. Indien een lidstaat die zich uit de Unie heeft teruggetrokken, opnieuw om het lidmaatschap verzoekt, is op zijn verzoek de procedure van artikel 49 EU-Verdrag van toepassing.

In dit ECER-dossier wordt nader ingegaan op de toepassing van artikel 50 EU-Verdrag bij de terugtrekking van het VK uit de EU.

Naar boven

Inhoudsopgave

Naar boven