Octrooien

Op deze pagina:

Inleiding

Een octrooi is het exclusieve recht van een uitvinder om derden te verbieden een uitvinding toe te passen. Een uitvinder krijgt hierdoor voor een bepaalde tijd het exclusieve recht op het economische voordeel dat de uitvinding genereert. Naast het genereren van economisch voordeel, draagt het octrooirecht ook bij aan de technologische ontwikkeling. Niemand zou namelijk nog in onderzoek en ontwikkeling investeren wanneer een ieder gebruik zou kunnen maken van de uitvinding, zonder dat zij hebben bijgedragen aan de ontwikkelings- en onderzoekskosten. Het verlenen van octrooi voor bepaalde tijd moet de uitvinder dus in staat stellen zijn onderzoeks- en ontwikkelingskosten terug te verdienen.

Europees octrooi

Hoewel de Europese Unie geen partij is bij het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag), wordt in EU-regelgeving wel verwezen naar bepalingen uit het Europees Octrooiverdrag. Op grond van het Europees Octrooiverdrag kan een octrooi voor meerdere Europese landen worden aangevraagd. Na verlening van het Europees octrooi splitst het octrooi zich op in nationale octrooien. De houder moet de octrooien laten registreren in elk land waar hij wil dat het octrooi rechtsgeldig wordt. Deze landen moeten wel zijn aangesloten bij het Europees Octrooiverdrag.

Het Europees octrooi levert vaak parallele en kostbare procedures op. Doordat het Europees octrooi uiteenvalt in nationale octrooien ontstaat er een soort Europees bundeloctrooi. Dit leidt ertoe dat de octrooihouder in sommige landen een vertaling moet indienen, in ieder land afzonderlijk een instandhoudingvergoeding voor het octrooi moet betalen en in ieder land afzonderlijk inbreuk- en nietigheidsrechtszaken moet voeren. Artikel 142 van het Europees Octrooiverdrag maakt het mogelijk dat Verdragssluitende partijen middels een bijzondere overeenkomst een eenheidsoctrooi kunnen invoeren. Hierdoor valt het Europees octrooi niet uiteen in nationale octrooien, maar geniet dit Europees octrooi eenheidswerking in alle deelnemende staten.

Een aantal EU-lidstaten, tevens verdragspartijen bij het Europees Octrooiverdrag, hebben binnen het rechtskader van de EU een EU-eenheidsoctrooi ingevoerd (Verordening 1257/2012).

Naar boven

Europees eenheidsoctrooi

Artikel 118, lid 1, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU een eenvormige octrooibescherming in de gehele EU kan invoeren. Op grond van de bepalingen van de nauwere samenwerking is verordening 1257/2012 vastgesteld. Spanje stelde een beroep tot nietigverklaring van verordening 1257/2012 in bij het EU-Hof, maar het EU-Hof oordeelde dat de vaststelling van de verordening in overeenstemming was met het EU-recht (C-146/13, Spanje tegen Parlement en Raad). Aangezien de verordening op grond van de bepalingen van de nauwere samenwerking is aangenomen, geldt de verordening niet voor alle EU-lidstaten (klik hier voor de deelnemende EU-lidstaten).

  • ECER-bericht: Europees eenheidsoctrooi stap dichterbij (8 mei 2015)
  • ECER-bericht: EU-Hof ziet geen bezwaar in nauwere samenwerking op gebied van octrooien (17 april 2013)
  • ECER-bericht: Onderhandelingen Raad over EU-eenheidsoctrooi afgerond, EP terughoudend (30 juli 2012)
  • ECER-bericht: Ook voor EU-octrooi nauwere samenwerking in aantocht (15 december 2010)

Toekenning van eenheidswerking

Eenheidsoctrooibescherming kan slechts worden gerealiseerd door eenheidswerking toe te kennen aan Europese octrooien in de fase na de verlening ervan (overweging 7, verordening 1257/2012). Hieruit volgt dat een octrooiaanvrager, die eenheidsoctrooibescherming wil genieten in alle deelnemende lidstaten van verordening 1257/2012, eerst de gecentraliseerde octrooiaanvraag- en verleningsprocedure op grond van het Europees Octrooiverdrag moet doorlopen. Het Europees Octrooibureau verleent vervolgens een Europees octrooi. Dit Europees octrooi moet verleend worden met dezelfde conclusies ten aanzien van alle deelnemende lidstaten aan verordening 1257/2012 (artikel 3, lid 1, verordening 1257/2012).

Na de verlening van een Europees octrooi kan de Europees octrooihouder, binnen een maand na de publicatie van de verleningsbeslissing van het octrooi in het Europees Octrooiblad, bij het Europees Octrooibureau een verzoek tot eenheidswerking indienen. Dit verzoek wordt vervolgens door het Europees Octrooibureau opgenomen in het register voor eenheidsoctrooibescherming. De opname van het verzoek tot eenheidswerking in het register voor eenheidsoctrooibescherming verleent de Europees octrooihouder een EU-eenheidsoctrooi. Het EU-eenheidsoctrooi verkrijgt met terugwerkende kracht rechtskracht op de datum van de publicatie van de verlening van het onderliggende Europese octrooi in het Europees Octrooiblad (overweging 8 en artikel 4, lid 1, verordening 1257/2012).

Naar boven

Toepasselijk recht

Een EU-eenheidsoctrooi wordt in zijn geheel en in alle deelnemende EU-lidstaten behandeld als een nationaal octrooi van de deelnemende lidstaat waar het octrooi eenheidswerking heeft en waarin de aanvrager op de datum van de Europese octrooiaanvraag zijn verblijfsplaats of hoofdvestiging had. Indien de verblijfplaatsplaats of hoofdvestiging niet kan worden bepaald, wordt het EU-eenheidsoctrooi behandeld als een nationaal octrooi van de deelnemende lidstaat waar de aanvrager op de datum van de aanvraag een vestiging had (artikel 7, lid 1, aanhef en onder a en b, verordening 1257/2012).

Naar boven

Eenvormige bescherming

Het EU-eenheidsoctrooi verschaft de houder eenvormige bescherming in alle EU-lidstaten. De houder van een EU-eenheidsoctrooi kan een ieder in de deelnemende EU-lidstaten verbieden handelingen te verrichten waartegen het EU-eenheidsoctrooi bescherming biedt. Aan dit exclusieve recht zijn wel beperkingen verbonden. De beperkingen worden bepaald op grond van het toepasselijk recht dat van toepassing is op het EU-eenheidsoctrooi (artikel 5, verordening 1257/2012).

Het is van belang om te benadrukken dat verordening 1257/2012 pas van toepassing wordt wanneer de overeenkomst betreffende het Europese octrooigerecht in werking treedt (artikel 18, lid 2, verordening 1257/2012).

Naar boven

Europees octrooigerecht

Het Europees Octrooigerecht (EOG of UPC: Unified Patent Court) is een internationale overeenkomst die door de deelnemende lidstaten buiten het kader van de EU is gesloten. De EU is zelf ook geen partij bij de overeenkomst. Het Europees Octrooigerecht zal een rechtbank voor de overeenkomstsluitende partijen vormen en zodoende onderdeel uitmaken van hun bestaande nationale rechterlijk bestel. Het EOG zal hierdoor ook de EU-rechtelijke verplichtingen moeten naleven die nationale rechtbanken moeten naleven.

  • ECER-bericht: Verdrag voor gemeenschappelijk octrooigerecht ondertekend (25 februari 2013)
  • ECER-bericht: Nieuw plan octrooirechtspraak in strijd met EU-Verdragen (11 maart 2011)

Naar boven

Verhouding tot het EU-Hof

De overeenkomst vermeldt expliciet dat het EOG het EU-recht onverkort dient toe te passen en het primaat ervan dient te eerbiedigen (artikel 20 van de EOG-overeenkomst). Het EU-Hof blijft de hoogste rechter en blijft bevoegd om conform artikel 267 EU-Werkingsverdrag het recht uit te leggen. Het EOG dient zijn beslissingen te nemen op grond van het EU-recht, waaronder verordeningen 1257/2012 en 1260/2012 (artikel 24, lid 1, onder a, EOG-overeenkomst). De uitspraken van het EU-Hof zijn ook bindend voor het EOG (artikel 21 van de EOG-overeenkomst).

Naar boven

Bevoegdheid

Het Europees Octrooigerecht zal exclusief bevoegd zijn ten aanzien van EU-eenheidsoctrooien.  Daarnaast zal het EOG bevoegd zijn om te oordelen over alle Europese octrooien die van kracht zijn op, of worden verleend na, de inwerkingtreding van de overeenkomst. Ook is het EOG bevoegd ten aanzien van alle aanvullendde beschermingscertificaten (ABC) (artikel 3 van de EOG-overeenkomst). Er geldt echter wel een overgangsperiode met betrekking tot Europese octrooien en ABC's. Gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst kunnen inbreuk- en nietigheidsprocedures worden onttrokken aan de bevoegdheid van het EOG en voor de nationale rechtbanken worden gevoerd ('opt-out'-mogelijkheid) (artikel 83 van de EOG-overeenkomst).

  • ECER-bericht: Internationale rechtsmacht van het Gemeenschappelijk Octrooigerecht krijgt vorm (29 juli 2013)

Naar boven

Inwerkingtreding

Artikel 89, lid 1 van de EOG-overeenkomst bepaalt dat de EOG-overeenkomst in werking treedt wanneer 13 lidstaten de overeenkomst hebben geratificeerd. De drie lidstaten waar het grootste aantal octrooien gold in het jaar voorafgaand aan de ondertekening van de overeenkomst, moeten ook tot deze 13 lidstaten behoren. Op dit moment hebben 16 lidstaten de EOG-overeenkomst geratificeerd. Duitsland geldt als één van de drie lidstaten met het grootste aantal octrooien en heeft de overeenkomst op dit moment nog niet geratificeerd. Daardoor kan de EOG-overeenkomst nog niet in werking treden.

Naar boven

Overige wetgeving

  • ​​​​​​​Verordening 1260/2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen
  • Richtlijn 98/44 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (octrooien)

Naar boven